dinsdag 16 augustus 2022

Tifu op Buru

We houden Ambon voor gezien. Deze ankerplek was niet ideaal, het water was vies en de organisatie was rommelig. Ook Ambon zelf is smerig, zeker als het al een paar dagen veel heeft geregend. De wegen zijn slecht onderhouden en zitten vol gaten. Tijd om door te gaan naar het plaatsje Tifu op het eiland Buru. We zijn op tijd weg en varen op de motor de baai uit. Eenmaal op zee zetten we het grootzeil en de yankee. Het is een grijze dag maar er staat een leuke wind. Over bakboord zie ik de lucht echter donker worden.

De beschutte baai van Tifu, je ankert op zandgrond op een 
diepte van 9 meter en er komt geen swell binnen, dus heerlijk
rustig liggen.
Voor de zekerheid reef ik de yankee deels, er is geen tijd meer om het grootzeil te reven. Niet veel later dendert er een squall over ons heen met veel regen en wind tot meer dan 30 kn. Het duurt zeker 40 minuten voordat de rust weer keert, dat was dus een grote jongen. Voor de zekerheid zetten we het 2e rif in het grootzeil, zodat we voorbereid zijn op de volgende squall. De gehele dag blijft het een komen en gaan van squalls met regen en wind. Gedurende de nacht neemt de wind langzaam af tot minder dan 5 kn. We varen de laatste uren daarom op de motor naar Tifu. Ter hoogte van het eiland neemt het aantal vissersbootjes toe. Sommigen zijn onverlicht en zetten op het laatste moment een schijnwerper aan. Je moet dus heel alert blijven, want geen van de bootjes heeft AIS.
In dit soort kano's vaart de jeugd en gaan de volwassenen vissen
op zee met een losse vislijn met wat haken.
De ingang van de baai is slecht te zien. Met behulp van Google Earth foto in open-CPN lukt het ons echter goed om veilig de baai binnen te varen. Op de Navionics-kaart varen we over het land. Eenmaal voor anker op de zanderige bodem, we zijn de tweede boot die arriveert, komen er direct kano’s naar ons toe met kinderen. Dit is werkelijk een warm en hartelijk welkom. Ook ouders komen met hun kleine kinderen naar ons toe om een foto te kunnen maken. Als ik naar de wal ga om het dorpje te verkennen, word ik overal verwelkomt en wil men op de foto met je. Ik doe wat kleine inkopen zoals flessen water en keer terug naar de Ikinoo. De aanlegplaats voor de dinghy’s is best wel goed Er is een betonnen T-steiger met aan weerszijde van de T een trap tot in het water. Het in- en uitstappen is dus eenvoudig.
De aankomst van de vissers in hun kano's, Hierna werd de vis
per kano uitgeladen en gewogen met een weegschaal.
Daarna versleep je de dinghy wat en maakt je lijn vast aan paaltjes die men hiervoor in de grond heeft gestoken. Helaas regent het veel zodat we de 2e dag aan de Ikinoo gekluisterd zijn. De dag daarna zijn er verschillende activiteiten. ’s-Morgens vroeg zijn de vissers naar open zee gevaren in hun kleine kano’s. We worden uitgenodigd om aanwezig te zijn bij hun terugkomst. Iedere visser levert zijn vis in die wordt gewogen. De visser met het meeste gewicht wint de 1e prijs. Er zijn vissers bij die met wel 7 kg vis terugkomen. Daarna worden de grote vissen verkocht aan de zeilers en kun je de kleine visjes tegen een kleine vergoeding meenemen. Wij laten dit maar aan ons voorbij gaan.
Een deel van de visvangst, de berg vis werd later nog groter.
’s-Middags is er een roeiwedstrijd van de lokale bevolking. Hierbij nemen man en vrouw plaats in een kano. Het traject is eenvoudig, vanaf de startlijn is het in één rechte lijn naar een vlag die op een stok in het water is geplaatst. Daar aangekomen, draai je om de vlag heen en roeit zo snel mogelijk weer terug. De eerste 2 kano’s die aankomen, van de 8 die van start zijn gegaan, gaan door naar de finale. Dit is eenvoudig gezegd, de praktijk is echter dat niemand in een rechte lijn vaart, er vinden dus constant botsingen plaats, soms kiept er een kano om of valt er iemand uit. Er wordt dus heel fanatiek geroeid maar ook heel veel gelachen.
De kano's klaar voor de start van de finale voor echtparen.
De finale met 8 boten is spannend, dit zijn de meest fanatieke roeiers. Maar ook nu kiepen er kano’s om bij het ronden van de vlag. Na afloop is er nog een wedstrijd voor de kinderen. Ieder kind kan hier omgaan met een kano, ze krijgen het met de paplepel ingegeven. Hier zie je kinderen dus nog echt zwemmen en spelevaren met hun kano’s. De volgende dag is er een officiële welkomstceremonie. Omdat de catamaran, die als eerst was aangekomen, alweer is vertrokken, word ik naar voren geschoven voor de officiële ceremonie.
Op de eerste rang, klaar voor de diverse optredens.
De regent van Buru heet mij en de overige zeilers in het Engels van harte welkom en we krijgen door de dorpsoudste beide een Songkok opgezet. We gaan samen op de foto en lopen dan in een ceremoniële optocht naar de feesttent. Gezamenlijk zitten we vooraan en krijgen we diverse speeches te horen. Zo zit je nog eens op de eerste rij, waar ook tafeltjes met eten en drinken zijn opgesteld. Na afloop nodigt hij ons uit voor de lunch. Die ochtend heeft er een kookwedstrijd plaats gevonden voor de lokale dames.
De danseressen geven een prachtig optreden.
Een aantal officials en een aantal zeilers wordt uitgenodigd om, als jury, de diverse gerechten te beoordelen. Er zijn 7 tafels waarop diverse gerechten zijn uitgestald. Tafel twee wind uiteindelijk de wedstrijd. Daarna is het aan ons om alles te proeven en natuurlijk op te eten. Aan het einde van de dag komen alle zeilers bij elkaar op het einde van de steiger, voor een sundowner met hoofdzakelijk bier, het regent ondertussen weer volop. Een dag later staan we op 04:00 uur al op de steiger om opgehaald te worden met twee 4-weel drive auto’s.
De welkomstdans bij aankomst bij de berg waar we op gaan.
We gaan naar een berg waarvandaan de zonopkomst prachtig moet zijn. Helaas zijn de beide auto’s te laat, om 05:15 uur zijn we pas op pad. De weg is onderweg soms heel slecht. Er is zelfs een passage waar het de chauffeur niet lukt om omhoog te komen. We stappen allemaal uit en lopen via de modder naar boven. Helaas heeft de chauffeur geen geduld en wacht niet tot wij boven zijn, maar passeert ons terwijl de modder door de wielen in de lucht wordt gegooid, iedereen zit dan ook onder de modder. De achterbak veranderd in een modderbad.
De nevel in de dalen is nog goed zichtbaar, echter de zon
opkomst hebben we gemist.
We zijn dus genoodzaakt op de rand van de achterbak te gaan zitten, waarbij je je heel goed moet vasthouden anders val je achterover uit de auto. Na twee uur rijden komen we bij de berg aan waarvandaan we van het uitzicht kunnen genieten. Helaas is de zon al opgekomen, zodat het speciale effect verloren is gegaan. Het dal is namelijk in nevelen gehuld, waardoor je alleen de toppen van de omliggende heuvels ziet. Bij aankomst worden we verwelkomt door een groep meisjes die voor ons dansen en zingen en twee jongs die een traditioneel zwaarddans uitvoeren. Omdat men mij had verteld dat we niet behoefde te lopen, draag ik mijn slippers. We moeten echter de berg oplopen over een smal en stijl bergpad. Sonja blijft achter en ik loop mee. Op slippers, die vol met modder zitten, is dat echter geen doen.
Aankomst op de top van de berg met zijn zilveren kruis.
Op blote voeten loop ik het bergpad omhoog tot bij het kruis wat hier staat opgesteld. Hier krijgen we een traditioneel ontbijt aangeboden. Alle gerechten zijn koud maar wel smaakvol. We krijgen ook een dans en zang voorstelling van een oudere groep meisjes uit het dorp. Na het ontbijt dalen we gezamenlijk weer af, waar we opnieuw in de auto’s stappen. Sonja is met Randall beneden gebleven en samen met de chauffeur en een aantal officials naar het naburige dorp gereden. Daar kregen ze verse koffie, gebakken banaan en lekkere koekjes.
Een eenvoudig ontbijt op de top van de berg.
Toen ze wilden betalen kon dit niet, Sonja en Randaal waren hun gasten. We bezoeken nog even het dorpje en de school en keren daarna weer terug naar Tifu. Gelukkig is het de gehele reis droog gebleven. Na aankomst in het dorp begint het even later opnieuw te regenen. De laatste dag is er, aan het einde van de middag, opnieuw een ceremonie, dit keer in aanwezigheid van de regent en zijn vrouw. Diverse mensen geven een speech, waaronder ook Sanne van de Incentive, die gevraagd was de groep zeilers te vertegenwoordigen. Ook krijgen we twee dansvoorstellingen, één met originele muziek, dans en kleding.
Een demonstratie van een moderne dans. Het enige jongetje
is ook meteen de benjamin van de groep.
De tweede op moderne muziek met een moderne dans. Deze laatste is heel indrukwekkend, zeker gezien de leeftijd van sommige dansers. Na afloop krijgen we nog een aandenken van ons bezoek aan Tifu. De regent nodigt ons opnieuw uit voor een uitgebreid diner. Dit keer hebben de koks zichzelf overtroffen, elk gerecht is prachtig om te zien en heerlijk om te proeven en te eten. Tijd om weer naar de Ikinoo te varen en de boot gereed te maken voor vertrek naar onze volgende bestemming, het eiland Hoga, onderdeel van de Wakatobi eilandengroep. Dit eiland maakt geen onderdeel uit van de formele ankerplaatsen. Echter dit eiland ligt zeel zuidelijker en op een dag afstand zeilen van onze volgende bestemming en staat bekend om zijn mooie stranden en snorkel locaties De kans dat het hier beter weer is, is groter, we zijn de regen wel even zat. Maar daarover meer in ons volgende blog.
Een impressie van Tifu met linksboven Sanne die ons zeilers vertegenwoordigde.

zaterdag 13 augustus 2022

Ambon

We verlaten het mooie en liefelijke Banda Neira voor onze volgende stop bij het plaatsje Amahusu op het eiland Ambon, een zeiltocht van 125 nm. Zodra we los zijn van de kant rollen we de yankee uit en zeilen de baai uit richting open zee. Eenmaal op open zee, bomen we de yankee uit en zetten de kotterfok deels gereefd strak in het midden om het rollen wat tegen te gaan. Omdat er 20-25 kn wind staat heeft de Ikinoo er wel zin in. De meeste visserij obstakels laten we aan stuurboord liggen. Met een koers van 290° zeilen we in het kielzog van de Incentive, die een half uur eerder was vertrokken, naar onze volgende bestemming.

De baai van Ambon met in het midden  het plaatsje Amahusu.
We ankeren hier op 16 meter diepte met rotsen en zand.
Tijdens het zeilen zijn we aan het vissen. Als ik beet heb, schiet de lijn naar buiten. Ik heb 440 meter lijn op de molen zitten. Als er bijna 300 meter naar buiten is, zet ik de rem wat strakker. Dan ineens is de vis weg. Als ik de lijn eenmaal weer heb binnengehaald blijkt dat de vis de stalen voorlooplijn heeft doorgebeten. De wind neemt in de loop van de middag af naar 12-17 kn, waardoor we heerlijk rustig de nacht doorkomen, Bij het ochtendgloren naderen we de baai van Ambon City. Voor ons duiken ineens drie kleine vissersbootjes op uit de golven. Onvoorstelbaar dat men met zulke kleine bootjes op open zee vist. Met een kleine uitwijkmanoeuvre kan ik de vissers aan stuurboord laten liggen. In de baai valt de wind helemaal weg en varen we het laatste stukje op de motor naar de ankerplek Om 09:00 uur ligt het anker in de grond. De ankerplek is niet ideaal, er is een smalle strook langs de kust die ondiep genoeg is om te ankeren.
Kinderen leren al heel vroeg om zelfstandig met dit soort
kleine bootjes te varen. De vissersbootjes bij het begin van de 
baai waren niet veel groter en dan zonder de zijdrijvertjes.
De zeiljachten liggen dus enigszins verspreid langs de kust. Er is een betonnen aanlegsteiger, die echter helemaal niet geschikt is voor het aanleggen met onze dinghy’s. Om aan land te kunnen komen, varen we naar het kiezelstrand en trekken daar de dinghy op het droge. We zijn heel blij met onze nieuwe wieltjes, anders was het voor Sonja niet te doen geweest. Gelijk bij aankomst leveren we onze was in bij het hotel waarvoor we geankerd liggen. Voor € 3,50 wassen en drogen ze 5 kg wasgoed. Op het terras van het hotel worden eenvoudige maaltijden geserveerd en heeft men een koud Bintang biertje. Dit wordt uiteindelijk het centrale verzamelpunt voor de zeilers om wat te eten, te drinken en te kletsen. De maaltijden zijn eenvoudig maar heet. Op de drankenlijst staat zelfs rode wijn, Whisky, Gin, Sprite, Fanta en coca cola, helaas van alles wat er op de lijst staat is het Bintang biertje en wat lokale verse sapjes het enige wat ze kunnen serveren.
Dit is het busje wat ons naar het winkelcentrum bracht. In zo'n
busje zitten 8-12 mensen. Indonesische mensen zijn kleiner
dan wij Europeanen.
De volgende dag nemen wij het busje naar een winkelcentrum in Ambon. We hebben nog geen flauw idee hoe het bus-systeem in elkaar zit. Gelukkig spreekt een jong meisje ons aan in het Engels en neemt ze ons mee naar het winkelcentrum. Onderweg maken we een overstap naar een ander busje. Zonder haar hadden we dit busje zeker niet gevonden. Sonja is op zoek naar wat lange broeken, helaas, de Indonesische mensen zijn kleiner dan ons Europeanen, waardoor alle broeken te kort zijn. Dan maar wachten tot we in Bali zijn, waar het wat toerisme is. Wel is er een grote supermarkt waar Sonja volop inkopen doet. Met een bevriend stel, die we in de winkel tegenkwamen, huren we een taxi die ons weer terugbrengt tot bij het hotel. Daar aangekomen, vallen we met onze neus in de boter.
De ukelele groep met een deel van de zeilers. Deze foto is 
genomen door Raymond Lesmana.
Er blijkt een ukelele groep gearriveerd te zijn die een optreden geeft. Ze spelen, onder aanvoering van hun leraar, veel bekende nummers en nodigen ons ook uit mee te zingen in hun groep. Onder het genot van een koud biertje komen we hier helemaal tot rust. Aan het einde van de dag eten we met z’n allen weer bij het hotel. Favoriet is de vegetarische Mie goreng met extra veel groente. Ook de Saté is heel populair. Een dag later neem ik nogmaals het busje naar Ambon City om eieren en groente en fruit in te slaan. Op de straatmarkt vind ik overal verse producten die niet eerder in de vriezer hebben gelegen tegen prijzen die ontzettend laag zijn. Met een rugzak vol groente en fruit, met boven op de verse eieren, keer ik terug op de Ikinoo. Tijdens het optreden van de ukelelegroep, had een lerares Rik en Sanne van de Incentive aangesproken met de vraag, of dat zij met de klas op bezoek mochten komen.
Een deel  van de zeilers zingt mee met de ukelele groep,
De dagen daarna hebben zij vier boten gevonden die daarbij wilden helpen. Op de bewuste middag kwamen er twee busjes bij het hotel voorrijden, met in totaal 33 kinderen in de leeftijd van 10-12 jaar. Ook waren er een aantal leraren en ouders bij aanwezig. Nadat alle zeilers zich hadden voorgesteld, waarbij we gebruik maakte van een wereldkaart om te laten zien waar we vandaan kwamen, kwamen de leerlingen met vragen. De klas was in drie groepjes verdeeld, die vragen in het Engels hadden voorbereid. De leider van de groep stelde iedereen voor. Daarna kwamen de vragen, die echter hoofdzakelijk gingen over welke hobby’s we hadden. Wat bleek, het onderwerp op school voor dat simester was, de hobby’s van mensen.
Men neme een groep zeilers, voeg wat tafels 
samen, geef ze wat te drinken en je hebt
gegarandeerd een gezellige avond.
Er kwamen dus geen vragen over het zeilen. Wel werd elke vraag opnieuw in het Engels gesteld. Na afloop van het officiële gedeelte hebben we in groepjes van drie de leerlingen meengenomen voor een ritje in onze dinghy’s. De kinderen, de leraren en de ouders hadden de grootste lol. Gezien de leeftijd van de kinderen en het feit dat ze allemaal schoolkleding aanhadden, hebben we de overstap van de dinghy naar onze boten maar uit het programma geschrapt. Nadat we afscheid hadden genomen van de groep, bleven we met z’n allen hangen bij het hotel voor het diner en de borrel. Een dag later stond er een officieel diner gepland met de burgemeester van Ambon en alle officials. Met twee busjes zouden we worden opgehaald bij het hotel. Het regende die dag echter zo veel en zo hard, dat wij ervoor gekozen hebben dit aan ons voorbij te laten gaan. Veel mensen waren doornat aan het diner verschenen. Een dag later vertelde onze agent Raymond Lesmana mij dat dit de eerste keer was dat ze Ambon in het programma hadden opgenomen. Wij zijn over Ambon wat minder tevreden, de ankerplek was niet groot genoeg voor het aantal schepen, het water is één grote rioolput, de organisatie was rommelig en onoverzichtelijk. Er werd ook onvoldoende gecommuniceerd over wat er ging komen. Zo was er een uitstapje gepland naar onder andere een dorpje, waarvoor je echter wel moest betalen. Wat bleek, het dorpje had zich drie weken lang enthousiast voorbereid op onze komst. Vanwege het slechte weer waren er echter maar een aantal aanwezigen omdat wij dit niet wisten. Voor ons redenen genoeg om op tijd Ambon te verlaten en koers te zetten naar onze volgende bestemming, het dorpje Tifu op het eiland Buru. Maar daarover in het volgende blog.

dinsdag 2 augustus 2022

Banda Neira

De ankerplaats bij Ngurbloat Beach, volledig omringd door
riffen en koraalkoppen, maar wel erg mooi.
Vanaf Ngurbloat Beach op de Kei Islands, zeilen we naar Banda Neira met mogelijk nog een tussenstop voor een overnachting op Kur Island. We zijn op tijd opgestaan omdat we bij hoogwater weg moeten. De huidige ankerplek ligt namelijk binnen een rif, zodat bij hoogwater de kans het kleinst is dat we het koraal raken. Om 08:30 uur is het anker opgeborgen en varen we heel voorzichtig en rustig het rif uit. Eenmaal buiten het rif zetten we het grootzeil en de yankee en zeilen in de richting van Kur Island. Er staat een mooie 14-17 kn wind, schuin van achteren inkomend en de zon schijnt volop, heerlijk zeilweer dus. Omdat het zulk schitterend zeilweer is, besluiten we na korte tijd al dat we Kur Island aan stuurboord laten liggen en in één keer doorzeilen naar Banda. Voordat we bij Kur Island zijn, komen we diverse boeien en vissersbootjes tegen.

Een mooie Mahi Mahi, 2 uur later aten we gebakken vis.
De boeien liggen aan de loefzijde van het vissersbootje. Het is dus zaak goed op te letten waar de boei ligt en waar het vissersbootje, want daartussen hangt een vislijn. Zo ontwijken we zeker 8 van deze combinaties. Als we Kur Island eenmaal voorbij zijn en de diepte oploopt naar ruim 7.000 meter, zijn er geen vissers meer en starten wij met vissen. Als aas gebruik ik dit keer een roze kunststof inktvis. Na niet al te lange tijd zien we dat de hengel sterk doorbuigt. Als ik de lijn binnenhaal blijken we een mooie Mahi Mahi aan de haak te hebben geslagen. Een mooie vis van zo’n 65 cm, zonder staart gemeten. Niet veel later ligt deze gefileerd in de koelkast. Aan het einde van de dag neemt de wind wat af naar 10-14 kn. Zo zeilen we rustig de nacht door. De volgende dag zijn we druk aan het calculeren of dat we bij daglicht kunnen aankomen. Het ziet er goed uit.
Aankomst bij Banda Islands met duidelijk de vulkaan op
de achtergrond.
Zeker nadat de wind wat aantrekt en de Ikinoo weer 5-6 kn snelheid maakt. Om 16:00 uur draaien we de baai van Banda Neira binnen. Banda Neira is een van de eilanden behorende bij de Banda eilanden in de provincie Molukken. Er wonen ongeveer 7.000 mensen op dit eiland, die hoofdzakelijk in hun onderhoud voorzien door de visserij, het kweken van kruiden en een klein beetje toerisme. Tegenover het eiland ligt een vulkaan, die voor het laatst in 1989 is uitgebarsten, de sporen van die uitbarsting zijn nog steeds goed zichtbaar. Er is ook een klein vliegveldje, maar zo lang wij daar waren hebben geen vliegtuig zien komen of gaan, pas bij vertrek zagen we een klein vliegtuigje landen. De meeste mensen bezoeken deze eilanden dan ook met de boot vanaf Ambon.
De vulkaan, gezien vanaf de plantage boven Walang.
Vanaf daar gaat een regelmatige veerdienst. Toen wij hier waren, kwam deze boot aan en meerde direct naast onze boot af. Veel mensen stapten af en ook ging er weer een grote groep aan boord. Daarnaast vervoert het schip ook containers. Containers vol met noodmuskaat noten en amandel noten worden ingeladen en lege containers worden weer op de kade gezet. Omdat de baai te diep is om gewoon te ankeren, wordt hier geankerd in de laag. Hierbij gooi je je anker een stuk van de kant uit met zo veel mogelijk ketting. Daarna vaar je met de kont van de boot naar de kant toe en leg je de achterkant vast met een lange lijn aan, bijvoorbeeld, een boom.
De ankerplaats bij Banda Neira, wij zijn de laatste boot.

Daarna haal je je ketting weer binnen totdat je strak tussen je anker en de lijn naar de wal ligt. Het anker ligt hierbij op de steile helling die niet ver van de kant naar beneden loopt. Na wat gespeelt te hebben met de  ankerketting en de lijn, ligt de Ikinoo naar tevredenheid, tijd voor een ankerbiertje. De mensen op Banda Neira zijn veel commerciëler ingesteld dan die op de Kei Islands. Er worden hier, gedurende de dag en avond, meerder activiteiten georganiseerd, waarvoor je natuurlijk wel wat moet betalen. Zo is er een Spice tour, een City tour en een snorkel en duik uitstapje.
Onze ankerplek bij Banda Neira.
Nog dezelfde middag zitten we op het terras aan een biertje en lopen we met de andere zeilers naar een hotel waar ze voor ons het diner in buffet vorm hebben klaarstaan. Drie gangen, bestaande uit soep, het hoofdgerecht en een toetje. Dat alles spoelen we weg met heerlijke koude biertjes. Voor het diner betaal je ongeveer € 10,00 per persoon, daarvoor kun je zelf haast niet meer koken. Voor het diner geeft de eigenaar van het hotel ons eerst een rondleiding door de diverse ruimtes op de begane grond. In het hotel heeft men namelijk diverse interessante zaken in vitrinekasten en op tafels liggen, het is dus ook een soort van museumpje.
Het buffet op de eerste avond van onze aankomst.
De volgende dag ga ik mee met de “Spice tour”. Met een lokaal taxibootje worden we naar het naastgelegen eiland gevaren. Vanaf de aanlegsteiger maken we een wandeling door de omgeving van het dorpje Walang. Hier liggen diverse plantages waar men noodmuskaat en amandel kweekt. Veel huishoudens zijn bezig met het onderhouden van de plantages, het verzamelen van de noten en het drogen en conserveren van de noten. Dit is een arbeidsintensieve klus. Tijdens de tour wordt ook het nodige verteld over de historie van de eilandengroep met de Portugezen, de Engelsen en de Nederlanders.  Ik heb me vergeten in te smeren met antimuggenolie, waardoor ik al lopende over de plantage helemaal lek gestoken wordt.
Van linksboven naar rechts onder: met de boot komen we aan bij Walang. Onderweg zien we een Islamitische begraafplaats, de eenvoudige graven op de voorgrond zijn die van de vrouwen. Een verse geopende nootmuskaatvrucht. Langs de weg zie je overal noodmuskaatnoten liggen om te drogen. Een grote berg met amandelnoten. Een stagiaire verteld in het Engels alles over de nootmuskaat vrucht. Het vruchtvlees wordt gebruikt voor het maken van jam.

Gelukkig heeft iemand een flesje bij zich met antimuggenolie. Hij spuit wat op mijn beide benen en dat helpt gelukkig snel. Op de terugweg doen we nog een klein restaurantje aan, waar we worden getrakteerd op heerlijke warme kaneelthee met lekkere zoete kleine hapjes, een verwennerij dus.
Het eiland herbergt schitterende vogels, helaas zit deze vast.
Ook deze avond eindigen we weer op het terras met een biertje en een maaltijd die ons wordt voorgeschoteld door de eigenaresse van het hotel waar wij voor anker liggen. Helaas kwamen er meer mensen opdagen dan waarop zij had gerekend, zodat de maaltijd wat karig was. De gezelligheid maakt echter een hoop goed. De volgende dag doen we rustig aan en klussen wat aan de Ikinoo. Voor wat meer informatie over de plaats zelf loop ik mee met de “City tour”. Deze stadstour neemt ons mee langs verschillende gebouwen die van historisch belang zijn. Nederland speelt hierin de hoofdrol. Zo lopen we langs het huis van de regent, die namens Nederland hier de scepter zwaaide, de opslagplaatsen van de VOC, Fort Nassau, Fort Belgica en een Christelijk kerkje waarvan de vloer bestaat uit grafstenen waaronder belangrijke Nederlanders zijn begraven. Vooral Fort Belgica is zeer interessant. 
Linksboven, een gevangeniscel, de vleermuizen hangen aan het plafond, Linksonder is fort Belgica.
De man in het midden is gelukkig vrijgesproken. Rechtsboven, een van de Nederlandse graven. Rechtsonder, de resten uit een roemrijk verleden.

Dit fort is eind 20e eeuw nog deels gerenoveerd, waardoor het fort zeer goed bewaard is gebleven. Zo zien we de rechtszaal, waar in het verleden mensen op een stenen opstapje werden gezet en er ter plaatse door de rechter werd bepaald of dat je de gevangenis in ging of dat je weer vrijgelaten werd.
Een deel van de danseressen in authentieke kledij.
Ook kregen we nog een inkijkje in een gevangen cel. Heel spartaans allemaal. Helaas is het Engels van deze gids wat gebrekkig, waardoor grote delen van zijn verhaal verloren gaat. Bij terugkomst wacht er een groepje danseressen op ons, die een mooie dansvoorstelling geven. Dit doen ze in aanwezigheid van de officials die op stoelen zitten op een soort van podium. Aansluitend worden er diverse speeches gegeven, waaronder ook één door Hans van de Zwerver. Als afsluiting wordt de bemanning van elk schip afzonderlijk naar voren gehaald voor een klein cadeautje en een fotomoment. Hiermee is het officiële deel afgelopen. Wat rest is een afscheidsdiner in het hotel waar wij ook de eerste avond hebben gegeten.
We krijgen een klein aandenken aan Banda met op de
achtergrond de officials.
Dit keer heeft de kokkin zich werkelijk uitgesloofd. Ook nu weer bestaat het menu uit 3 gangen. Soep, een buffet en een toetje. Vooral de gerechten van het buffet zijn overheerlijk. Ik eet dan ook weer eens veel te veel. De Indonesische keuken bevalt mij prima. Aangezien ik de laatste tijd wat ben afgevallen, kan ik die extra kilootjes best wel weer gebruiken. Het wordt tijd om Banda weer te verlaten en door te zeilen naar onze volgende bestemming het eiland Ambon, maar daarover meer in het volgende blog.

donderdag 21 juli 2022

Kei Islands

De positie van onze ankerplek was 05°54.904'S 132°43.237'E
We zijn, na 705 nm te hebben gezeild, aangekomen op onze eerste bestemming in Indonesië, het plaatsje Uf Mar op een van de Kei Islands. Hier komen alle zeiljachten die meedoen aan de Sail2Indonesia rally bijeen om in te klaren in Indonesië, een procedure, die na later zal blijken, heel wat voeten in de aarde heeft, maar daarover later meer. Eerst iets over het eiland en de ankerplek. De Kei Islands behoren tot een eilandengroep van de Molukken. Wij zijn aangekomen op Kai Kecil (klein Kai eiland). Dit eiland heeft een oppervlakte van bijna 400 km2. Tual is de grootste plaats op dit eiland. Behalve in deze plaats, tref je nergens anders geldautomaten of supermarkten en groentemarkten aan. Om dus geld te kunnen pinnen, moet je een uur met de taxi rijden om een betrouwbare werkende automaat aan te treffen.
Onze taxi met chauffeur bij de BNI geldautomaat.
De BNI, de BCA, de Mandiri en de Nippo banken zijn betrouwbaar en veilig. Pas op met het wisselen van valuta, er zijn hele slimme handige biljetten goochelaars bij, die je geldt voor je ogen uittellen, maar als je het later natelt toch biljetten hebben achtergehouden. De ankerplek bij Uf Mar ligt in een baai die zuid georiënteerd is, waardoor de golven wel enigszins de baai binnenkomen. Wij lagen er nogal te rollen. In de baai is een grote betonnen steiger in een U-vorm. Deze staat op geen enkele zeekaart, ook niet op onze Navionics kaarten. Als je naar binnen vaart kun je het beste net voorbij de steiger aan stuurboord je anker uitgooien. Hier lig je nog het meest beschut. De ankergrond bestaat uit zware klei en zand. Je anker graaft zich dus diep in en je ligt goed vast.
Staande op de betonnen steiger kun je landplaats voor de 
dinghy's zien. Gedurende de drukke tijd werden deze bewaakt.
Om met de dinghy aan land te gaan, kun je beter geen gebruik maken van de betonnen steiger, bij laag water kan je dinghy namelijk onder de steiger drijven met alle gevolgen van dien. Het beste is om met je dinghy naar het strand te varen die zuidelijk van de steiger ligt. Hier staat in de hoek met de steiger haast geen swell en kun je rustig aan land gaan en je dinghy het strand optrekken en vastleggen met een lijn aan een boom. Het inklaren ging niet eenvoudig. Het eerste plan was dat men met een RIB de officials bij ons aan boord zouden brengen. Na één boot te hebben afgehandeld, was een groot deel van de groep zeeziek. De procedure werd daarom dus verplaatst naar een zaaltje in het “Gasthuis” waar alle officials een bureau kregen met de benodigde stoelen. Het computersysteem liet het echter afweten, zodat we, na uren te hebben gewacht, onverrichte zaken maar weer teruggingen naar onze boten.
Twee van de leiders van het inklaringsteam, nadat we alle
papieren hadden gestempeld en ondertekend.
Wel werden alle onze papieren en onze pasporten ingenomen, met de belofte dat ze de volgende dag om 09:00 uur terug zouden zijn. Je raad het al, wij waren er de volgende ochtend, echter er was geen official te bekennen. Aan het einde van de dag kwam een deel van de delegatie terug en stapten in 2 RIB’s om de boten te bezoeken. Wij kregen een stapel papieren die wij moesten voorzien van onze bootstempel en die moesten worden ondertekend. We dachten dat we nu klaar waren, niets is echter minder waar. Met deze stapel papieren moet je nog naar de havenmeester voor de Poort Clearance. Op deze man hebben we dagen zitten wachten. Samen met de rest van de documenten kon je nu je Port Health Quarantine Clearance aanvragen. Pas de avond voor vertrek hadden wij al onze papieren rond.
De start van de processie, iedereen liep achter de slang aan 
naar het einde van het haventerrein.
Het hele proces heeft 4 dagen in beslag genomen en is zeer traag, waarbij de systemen niet op elkaar zijn afgestemd, zodat je hetzelfde document meerdere keren moet inleveren. Wij waren blij met onze agent Raymond Lesmana, die ons vooraf had geadviseerd van alle documenten 5 kopieën te maken. Aan de wal troffen we een busje aan, die sim-kaartjes verkoopt en installeert. Voor 32 Gb-data en onbeperkt bellen en Sms’en betaal je hier € 10 per maand, dat was dus snel geregeld. We zijn weer online en kunnen vrienden en familie een berichtjes sturen dat we veilig zijn aangekomen. Tussentijds ging het officiële deel van onze aankomst gewoon door. Op de derde dag na onze aankomst was er een officieel welkom. Op de betonnen steiger werden we eerst verwelkomd door de regent van dit eiland. Iedereen moest met iedereen op de foto met daarbij de vlag van het land van herkomst. In een lange processie volgden wij daarna de groep naar de grens van het havengebied.
De priesteres met haar twee hulpjes. Even later werden wij
gezegend met het water uit de kokosnoot.
Vanaf hier werden we met busjes naar de grens van het dorpje gebracht. Sonja had het geluk met de jeep van de regent mee te mogen rijden. Op de grens van het dorpje werden we ontvangen door een priesteres en de dorpsoudste. Hier werden wij door de priesteres gezegend voor onze reis en was er een ceremonie met de dorpsoudste. Daarna ging het te voet verder naar het centrum van het dorpje. Bij elk huis stonden mensen die graag met je op de foto wilden. Op de vraag waar wij vandaan kwamen, antwoorden wij steeds “Balanda”, wat staat voor Nederland. De mensen werden dan helemaal enthousiast. Na aangekomen te zijn bij het huis van de regent volgden er diverse speeches van officials.
Een jonge groep dansers met een speciale dans.
Ook een van de zeilers nam het woord en sprak een woord van dank uit voor dit hartelijke ontvangst. We kregen diverse dansen te zien en er was een joekelille groep die een aantal prachtige nummers lieten horen. Ook dansten we met de lokale bevolking en soort van lijndance. Heel hilarisch aangezien de bewegingen niet alleen met de voeten maar ook met de handen worden uitgevoerd. Aansluitend werd ons een lunch aangeboden.  Een eenvoudige, maar smaakvolle maaltijd van op drie manieren bereide rijst, diverse groentegerechten en een stokje saté. Hierbij zijn de meeste gerechten koud of lauw. Op de tafels stonden overal flesjes water voor het lessen van de dorst.
Een andere groep met danseressen in hun originele kledij.
Men wilde ons het lokale strand laten zien waar grote golven staan, een ideale surfstek dus. De zee is hier schitterend mooi maar woest. Sonja was achtergebleven in het dorpje. Na dit alles werden we weer met taxi’s teruggebracht naar het havengebied. Daar aangekomen kon ik Sonja niet vinden, die was nog steeds in het dorpje. De man die de gehele dag alles aan elkaar gepraat had, bood Sonja aan om achter op zijn scooter te stappen, zodat hij haar kon terugbrengen naar het havengebied. Zo gezegd zo gedaan, zag ik even later Sonja aankomen rijden. De mensen zijn hier echt zo vriendelijk. Omdat wij nog steeds geen contact geld hadden, stapten we in een taxi met gids. Dat viel even tegen, je bent meer dan een uur onderweg on in Tual te komen.
Het strand waar men een resort wil bouwen. De zee is erg ruw,
niet echt een plekje om even te gaan zwemmen.
Dit is de enige plaats waar banken zijn waar je geld kunt pinnen. De chauffeur bracht ons naar een vestiging van de Bank National Indonesia. Na wat geld te hebben opgenomen zijn we doorgereden naar een supermarkt waar Sonja nog wat boodschappen deed en we 12 flessen water konden inslaan. Toen we eenmaal terug waren in het havengebied was het gaan regenen. We hielden het voor die dag voor gezien en zijn teruggegaan naar de Ikinoo. Wel troffen we nog iemand aan die de rail voor onze mast meenam om deze weer recht te maken. Dit is een moeilijk klusje omdat aluminium de nijging heeft snel te scheuren of te breken. De volgende dag ben ik met een aantal andere zeilers opnieuw naar Tual gegaan om inkopen te doen. Ik had van Sonja een boodschappenlijstje meegekregen. In de supermarkt zelf kon ik niets vinden van wat er op het lijstje stond. Wel vond ik Maria koekjes dn diverse andere lekkernijen die ik niet kon laten liggen.
Veel stalletjes met groentes, behalve bananen en citroenen,
is er  weinig fruit, wel veel verschillende groentes.
Op de Islamitisch markt kon ik verse groente en fruit inslaan. Genoeg voor de komende week. Met een auto vol mensen en boodschappen reden we terug naar de boot. Die avond gingen we met z’n allen naar de kant. Op het terrein is een keuken die warme maaltijden klaarmaakt tegen hele schappelijke prijzen. Ook hebben ze grote flessen met Bintang bier, van 0,75 l per flesje. Sonja nam bami goreng en ik pittige nasi goreng. Voor deze twee maaltijden betaalden we IDR 45.000 of wel € 3,00, daarvoor kun je zelf niet koken. Zo werd het een gezellig namiddag en avond met prachtige livemuziek. In het donker voeren we terug naar de Ikinoo. Omdat de elektronische zeekaarten voor Indonesië niet betrouwbaar zijn, zijn we met een groepje bijeengekomen om
Mooie flessen Bintang bier, de avond kan niet  meer stuk, 
Google-Earth foto’s om te zetten naar kaarten, zodat je deze als laag kunt aanzetten in het programma Open-CPN. Helaas, na vele uren proberen kregen we dit niet werkend. Later bleek dat een van de programma’s een verkeerd versienummer had. Na een lunch van koude Gadogado met gele rijst genuttigd te hebben, die door locals hier op het strand terplekke wordt bereid, trof ik de man aan die onze spinakerboom rails hersteld had. Snel ben ik teruggegaan naar de Ikinoo om de rails te monteren. Die avond hadden we een officieel afscheidsdiner, in aanwezigheid van opnieuw alle officials en iedereen die ook maar een beetje belangrijk is. Opnieuw waren er speeches, dansvoorstellingen, een optreden van de ukelelegroep en werd er gedanst.
De ukelelegroep met een mix van jong en oud.
De maaltijd werd in buffet vorm voorgeschoteld. Heerlijk gerechten stonden er op de tafels. Te veel om ze allemaal te proeven. Zo kwam er een leuk einde aan deze eerste week in Uf Mar. Aangezien nu iedereen de juiste papieren heeft ontvangen, vond men het tijd worden om verder te gaan. Voordat we naar Banda zeilen, willen we nog een mooi strand bezoeken aan de noordwest kant van het eiland. Een afstand van 24 nm zeilen. De volgende ochtend vertrokken een groot aantal boten gelijktijdig de ankerplek en werden we uitgeleide gedaan door een marine boot van de officials met opnieuw alle belangrijke en minder belangrijke mensen aan boord.
Een impressie van de welkomst dag met de dorpsoudste en prachtige danseressen

De boot voer mee tot aan de opening van de baai. Onder zeil voeren we met z’n allen naar buiten. Met een groepje van 7 boten vertrokken wij naar ankerplek nabij Ngurbloat Beach.
Onderweg komen we dit soort vissersbootjes tegen. In de verte
zijn de boeien zo zichtbaar waar we net langs zijn gezeild.
We hebben prachtige 8-15 kn wind en de zon schijnt volop, champagne zeilen dus. Onderweg zien we voor ons een heel veld opdoemen met boeien. De vraag is, zijn het netten of is het een zeewier plantage. We nemen geen risico en zien aan bakboordzijde van het veld een smalle corridor langs de kust van een eiland, waar we doorheen kunnen zeilen. Wij zijn samen met de Zwerver de eersten die er doorheen gaan. Op de kaart varen we over land!!! Aan de andere kant van het veld worden wij geconfronteerd met drijvende houten constructies met hutjes erop. We zijn er nog niet achter wat hiervan de functie is. Wel moet je goed oppassen en niet te dicht langsvaren aangezien deze constructies voor anker liggen. 
Onderweg zie je veel van dit soort houten drijvende 
constructies die met een stevige lijn vast liggen aan een anker.
Voor je het weet heb je een lijn in je schroef. Een maal aangekomen bij de ankerplek, blijkt het ankeren geen eenvoudige opgave. Ook hier zijn de Navionics kaarten absoluut niet betrouwbaar. Er blijkt een koraalrand onder water te liggen die redelijk ondiep is. Met enige regelmaat keren we terug naar zee omdat voor ons het water te snel ondiep werd. Een boot met hef-kiel, met een diepgang van 1,3 meter, raakte zelfs de bodem. Na een aantal keren proberen lukt het ons om de ankerplek te bereiken. Niet veel later liggen we weer vast als een huis. Tijd voor een ankerbiertje. De volgende dag ga ik samen met Astrid van de Zwerver op onderzoek uit om in het dorpje van het Ngurbloat Beach te zoeken naar een restaurantje wat open is en waar we ook bier kunnen bestellen. 
Hoe mooi kan een strand zijn, woorden schieten hier te kort.
We varen met de dinghy naar de kant en lopen deels over het maagdelijke strand en deels over de plaatselijke "hoofdweg" verder het dorpje in. We vinden een man die ons graag koud bier verkoopt. Niet veel later vinden we ook een restaurantje wat open is. We maken een afspraak voor 15:00 uur en lopen terug naar het centrum van het dorpje. Onderweg kopen we nog een aantal flessen bier bij het mannetje dat ons eerder aansprak. Het dorpje is klein en men leeft er hoofdzakelijk van de visserij en deels van de toeristen die hier komen.
De plek om te luieren en te genieten van de rust en de natuur.
Het blijkt dat de inwoners van Tual, hier hun vakantie houden of een aantal dagen komen uitrusten. Het draait dus echt op de lokale toerisme. 's-middags keren we met de dinghy terug bij het restaurantje, waar we bier en heerlijke mango vruchtensap bestellen. Het bestellen gaat met handen en voeten en natuurlijk Google Translate. De bediening spreekt geen woord Engels of Nederlands. Maar het lukt ons alles te bestellen wat we willen eten en drinken. Het eten valt wat tegen, de nasi is prima, maar de noedels komen uit van de kant en klare pakjes, aangevuld met wat groente en ketjap. Maar ja, we eten en drinken hier wel met 6 mensen voor bij elkaar € 36,00, dus € 6,00 per persoon. Daarbij heeft iedereen 2 drankjes op. Voor dit geld kun je dus geen inkopen doen en zelf staan koken.
Zo ondersteunen wij de lokale economie ook een beetje. Het meisje van de bediening wil graag een foto van ons maken en ook samen met ons op de foto. Wij maken er direct gebruik van door haar te vragen ook van ons groepje een foto te maken. Terug op de Ikinoo besluiten we de volgende dag bij hoog water te vertrekken in de richting van Banda met mogelijk nog een tussenstop op het Kur Island, een zeiltocht van 180 nm, maar daarover meer in het volgende verhaal. We plaatsen de dinghy weer op het dek, bergen de buitenboordmotor op en maken de Ikinoo weer klaar voor een tocht op zee.
Een kleine impressie van het dorpje, met diverse kleine winkeltjes, het restaurant, spelende kinderen
en een eenvoudige woning met vele planten in potten.