maandag 14 januari 2019

San Blas Panama



San Blas, een waar paradijs voor zeilers en levensgenieters
De Noordoost kust van Panama, met zijn San Blas eilanden, is een waar zeilersparadijs. Alles wat je hebt geleerd over zeilen en veilig navigeren heb je hier nodig. Zonder de kaarten van Eric Bauhaus doe je hier overigens echt niets, de digitale kaarten van Navionics, die wij gebruiken voor het navigeren met onze plotter, geven onvoldoende informatie om hier veilig te kunnen varen. Op de Navionics kaarten voeren we af en toe over het land! Het is een gebied met zeer veel eilandjes en mooie baaien, een gebied ook waar je maanden kunt vertoeven zonder dezelfde ankerplek tweemaal aan te doen, een gebied ook met ondieptes en vele riffen. Juist die riffen zijn een dingetje waarmee je heel goed rekening dient te houden. Als je er tegenaan vaart gaat dit meestal gepaard met schade aan de romp en kiel, je ziet dan ook met enige regelmaat scheepswrakken liggen.
Een ouder Guna echtpaar in traditionele Guna kleding, 
waarbij vooral de vrouwen kleurrijk zijn versiert
De San Blas is ook het gebied van de Guna Yala de authentieke bevolking van de San Blas. In 1915 is er een afgevaardigde van het Panamees parlement aangesteld en gestationeerd op Porvenir. Deze ging van hieruit bepalen wat er zo al gebeurde op de diverse eilanden. Hier kwam tevens een politiepost ter ondersteuning. Hier waren de Guna's het in het geheel niet mee eens, zij waren ook meer betrokken bij Colombia in plaats van bij Panama. Dit heeft geleid tot vele ongeregeldheden met als hoogtepunt de meest beruchte actie op 21 februari 1925 waarbij de afgevaardigde, alle politieagenten en alle kinderen en volwassenen die voortkwamen uit een gemengd huwelijk tussen een Guna en een niet Guna werden vermoord. Kort hierna is er een onderhandeling opgestart met de Panamese regering die ertoe heeft geleid dat ze sinds 1925 officieel bij Panama zijn gaan behoren maar wel met een zeer hoge graad van zelfstandigheid en zelfbestuur. Elk bewoont eiland heeft sinds die tijd één of meerdere chiefs die het eiland runnen en die bepalen wat er gebeurd rond de eilanden.
Een Guna dorpje op een eilandje, soms zijn de eilandjes helemaal volgebouwd
Zo hebben alle chiefs bij elkaar besloten dat het chartervaren in de San Blas niet meer is toegestaan. Daarnaast is duiken, speervissen, kitesurfen en windsurfen niet toegestaan. Het is de Guna’s, sinds 1925, ook niet meer toegestaan om met een niet Guna te trouwen of samen te wonen. Bij de Guna’s is de vrouw de baas in huis, het huis is dan ook haar eigendom. Zij kiest haar man uit, waarbij de door haar gekozen man bij haar intrekt. Doordat er geen “vers” bloed instroomt, zie je onder de Guna veel albino’s. Het is dus een volk met sterke tradities, waarbij helaas de westerse maatschappij zijn intrede doet. Maar we beginnen bij het begin, de tocht van Colombia naar Panama.

Het hijsen van de Panamese vlag vlak voor zonsondergang richting Panama
Om niet al te vroeg in het grensplaatsje Obaldia in Panama aan te komen, vertrekken we om 14:30 uur voor een tocht van 88 nm. Op de motor varen we tussen de ondieptes en de riffen door. Zodra het rondom veilig is, zetten we de zeilen. Er staat een mooie 11-15 kn wind zodat de Ikinoo scherp aan de wind met 5-7 kn richting Obaldia vaart. Na het eten wordt al snel de wachtdienst opgepakt. We hebben besloten om dat in het vervolg direct met 3 uur op en 3 uur af in gang te zetten. Tegen de tijd dat Sonja wakker wordt van haar tweede slaapperiode, zien we in het ochtend schemer de kust van Panama voor ons opdoemen. Helaas is er dus geen tijd meer voor mij om te slapen. Rustig varen we naar Obaldia, waarbij we nog kortstondig even helemaal schoongespoeld worden door een felle regenbui. Vlak bij de kust worden we opgeroepen door een Nederlands schip, de Rafiki. Zij blijken ook hier te liggen om hun visum te verlengen.
De Ikinoo voor anker bij Puerto Escoses
Zo liggen we met drie Nederlands boten voor anker bij Obaldia. Snel wordt de bijboot te water gelaten zodat we naar de kust kunnen roeien om in te klaren. Het is hier heel goed georganiseerd maar het gaat allemaal wel wat traag, twee uur later en $ 200,00 armer zijn we ingeklaard. Nog snel hebben we wat boodschappen gedaan en toen teruggevaren naar de Ikinoo. De ankerplaats bij Obaldia is zeer onrustig met veel swell, we halen dus snel het anker op en varen 21 nm verder naar Puerto Escoses, een baai met een mooie geschiedenis. Als wij aankomen liggen de Rafiki en de Ocean Goose al voor anker.
Een Guna hutje met op de achtergrond de hutjes op palen
In deze baai lig je heel erg rustig, er is vlak voor ons zelfs een klein Guna dorpje op palen in het water gebouwd, helaas sinds een paar jaar niet meer continu bewoond. Alleen vissers maken er nog gebruik van. De volgende dag besluiten we een wandeling te gaan maken op het vaste land. We willen naar Fort Saint Andrews lopen. Van 1698 tot 1702 hebben de Schotten geprobeerd hier een nederzetting op te zetten, om voet aan de grond te krijgen in Panama. Zij hebben fort Andrew gebouwd.
De kookplaats binnen in een hutje, nog niet zo lang geleden gebruikt
Helaas is deze expeditie mislukt, van de 3.000 mensen die bij deze expeditie betrokken waren zijn er in die 4 jaar 2.000 gestorven door ziektes. De mensen die overbleven keerden terug naar Schotland en van het fort zijn alleen nog ruïnes over. Wij hebben het fort niet kunnen bereiken of kunnen vinden omdat het oerwoud haast ondoordringbaar is. Wel vonden we aan de kust een geheel verlaten Guna dorpje waarvan een aantal hutjes nog steeds in gebruik was, waarschijnlijk komen hier vissers overnachten. We vonden een kist met keukengerei en kookplaatsen die nog niet zo lang geleden gebruikt waren.
Het kookgerei van de Guna's
Met enige regelmaat komen hier wel Guna indianen omdat er veel kokosnoten en bananen verbouwd worden. Deze mag je als toerist niet meenemen naar de boot omdat ze eigendom zijn van de Guna’s. Onze volgende ankerplek wordt Isla Pinos of zoals de Guna indianen het noemen Tupbak, een tochtje van 13,5 nm. Eenmaal op zee, rollen we de Yankee uit en varen alleen op dit voorzeil naar onze volgende bestemming. Er staat nog een behoorlijke zeegang zodat de tocht niet echt comfortabel is. In de buurt van Isla Pinos draaien we Yankee weg en gaan op de motor naar de ankerplaats.
De Ikinoo en de Rafiki voor anker bij Isla Pinos
Je moet hier zeer voorzichtig varen en manoeuvreren omdat het maar drie meter diep is en het al snel te ondiep wordt waardoor je vastloopt. De swell die buiten stond vind je hier niet meer terug. Er ligt hier, naast de drie Nederlandse boten, nog één andere boot. Niet veel laten komt de chief met zijn gevolg, in een bootje zonder motor, langs om de anker fee te innen. Na het betalen van $ 10,00 krijgen we een briefje, waar opstaat dat je betaald hebt en dat je drie maanden mag blijven liggen. ‘s-Middags varen we naar de kant en bezoeken het dorpje. Het is grotendeels nog een echt Guna dorp met daartussendoor wat bouwwerken van steen. Bijna alle vrouwen dragen nog de authentieke Guna kleding, dus zowel jong als oud. In dit dorpje zijn 
Vele handen maken ligt werk, aanslepen van de goederen
een aantal lokale winkeltjes waar je wat basisbehoeften kunt kopen. Omdat er net een nieuwe zending is binnen gebracht met een schip, help ik met het verslepen van de spullen van de steiger naar de winkel, iedereen in het dorp draagt zijn steentje bij. Zowel jong als oud komt aanlopen en draagt één of twee keer een lading naar de winkel. Zakken met Kokosnoten worden weer naar de boot gedragen. We kopen hier wat blikjes fris. Achteraf blijkt dat in deze frisdrank wel heel erg veel suiker zit, het is haast stroperig van de suiker, het is haast niet te drinken zo zoet is de frisdrank.
Dit oude dametje, in traditionele Guna kleding, droeg ook haar steentje bij, bij het verslepen van de lading naar de winkel. Hier draagt ze een zak met kokosnoten. Voor de meeste van ons zou dat al veel te zwaar zijn. Zo zie je ook hele magere mannetjes, die zonder veel problemen zakken met 50 kg rijst op hun schouder leggen en er mee weglopen. Hier is zo'n zak, waarin rijst heeft gezeten, gebuikt om kokosnoten in te verslepen.
Dit is een dorpje waar nog een groot deel van de bevolking, dus jong en oud, volgens de oude Guna tradities leeft, werkt en woont.
Gezellig een blikje fris drinken, de gaten schieten in je kiezen zo veel suiker
Wij zullen ervaren dat hoe westelijker we kwamen des te minder bleef er van de tradities over en hoe meer vuil er in het water dreef. De dag van vertrek zijn we redelijk vroeg uit de veren en zijn om 07:30 uur al onderweg naar onze volgende bestemming Isla Achutupu. De Rafiki blijft hier liggen omdat het een heerlijke rustige plek is om wat te klussen aan de boot. Het wegvaren vanaf Isla Pinos is nog even een precies werkje. Je moet tussen twee riffen door, waarbij er een smalle geul is waar nog 2,8 meter water staat. Links en rechts van het geultje loop je al snel vast.
is het geen schatje
Ook nu varen we weer alleen met de uitgerolde Yankee. Het is een tochtje van 19 nm met hoofdzakelijk halve wind. Na vier uur zijn we al op de plaats van bestemming. Als we voor anker liggen, ga ik samen met Marlies van de Ocean Goose naar de kant voor een kleine verkenning en om wat boodschappen te doen. Er ligt hier een boot afgemeerd die groente, fruit en rijst verkoopt. Iedereen uit het dorp doet hier inkopen, zo ook de Guna’s die op een ander eiland wonen en die met hun kano hier naartoe komen varen om inkopen te doen. Wij kopen wat aardappelen, een komkommer, wortelen en uien. Zo kunnen we in ieder geval weer hutspot maken. Aan het einde van de dag komt weer één van de chiefs met zijn gevolg langszij om opnieuw $ 10,00 te innen. De volgende dag varen we al vroeg weer verder.
Een groepje dames in Guna klederdracht onderweg naar huis
Onze volgende bestemming zou Snug Harbor worden. Hierover hoorden we echter onderweg weinig goeds. Je moet hier goed op je spullen passen en niets op het dek laten liggen. We besluiten deze bestemming dan ook maar voorbij te varen en kiezen voor Aridup, een klein onbewoond eilandje met een kleine ankerplek maar wel met mooie snorkel mogelijkheden. Vandaag is er niet echt veel wind. Alle zeilen worden bijgezet en tevens helpt de motor af en toe als de wind in zijn geheel wegvalt. Wel is de zee nog vrij rommelig door de wind van afgelopen nacht. In het begin bestaat de route uit een aaneenschakeling van waypoints om zo tussen de riffen en ondieptes door naar open zee te komen. Wij dragen dan beide onze "oortjes" zodat we makkelijker met elkaar kunnen communiceren. Sonja zit dan beneden bij de navigatiehoek en geeft aan wanneer ik de koers moet wijzigen.
De Ocean Goose bij weinig wind en vol tuig
De combinatie van varen op zicht en het nauwkeurig uitzetten van waypoints tussen de riffen en de ondieptes door, maakt dat we veilig overal tussendoor varen. Bij Aridup aangekomen blijkt er echter een behoorlijke swell op de ankerplaats te zijn. Je ligt hier wel heel onrustig. Na overleg, via de VHF, met de Ocean Goose besluiten we verder te varen naar Isla Tigre. Ook bij Isla Tigre is de ankerplaats niet echt groot. Bij aankomst zie je volop brekers, waarbij je tussen twee riffen met grote brekers door naar de ankerplaats moet varen. Daar is een kom met voor en achter je op 60 meter afstand riffen, niet echt veel ruimte om te ankeren en zeker geen ruimte om op drift te geraken. De ankergrond is prima, zand op een diepte van 8 meter, het anker ligt dan ook, met 40 meter ketting, in één keer goed vast.
De Ikinoo voor anker bij Isla Tigre
We ervaren steeds meer dat onze manier van ankeren prima voldoet. Voor de lengte van de hoeveelheid ketting gaan wij uit van de regel 20 meter plus twee keer de diepte en dat naar boven toe afgerond. Daarna wachten we totdat de Ikinoo vanzelf door de wind en de eventueel aanwezige stroming, recht achter zijn anker ligt. Nu zet ik de motor stationair in zijn achteruit, zodat de ketting wordt strakgetrokken en het anker de gelegenheid krijgt grip te krijgen op de grond. Als ik zie dat mijn positie niet meer veranderd, voer ik langzaam het toerental op tot 1.500 toeren. Hierdoor graaft het anker zich verder in. Ook nu let ik weer op of dat mijn positie niet wijzigt, zo niet dan liggen we vast. Indien de positie wel wijzigt zit het anker niet in de grond. In dat geval halen we het anker op en starten de procedure opnieuw. In 90% van de gevallen liggen we in één keer vast. Zodra we voor anker liggen horen we een oproep via VHF-kanaal 16. Het blijkt de New Nexxus te zijn met Niels en Tjerk.
DIt zijn de toiletten annex douches op de eilanden
Dit zijn vrienden van de zoon van Wijnand en Marlies van de Ocean Goose. Zij hebben de beide jongens al eerder ontmoet op Los Roques en op Curaçao. Onderweg hebben ze een grote King Makreel gevangen, zodat het besluit wordt genomen om met z’n zessen het avondeten te gebruiken op de Ocean Goose. Wijnand had zich echt uitgesloofd. Het voorgerecht bestond uit sushi met rauwe vis, wasabi en ketjap en het hoofdgerecht uit gebakken vis met gebakken aardappeltjes en een salade van tomaat, komkommer, ui en een lekkere dressing. De salade was door Sonja gemaakt en de gebakken aardappeltjes door de mannen van de New Nexxus. Het geheel werd daarbij weggespoeld met een lekker biertje of wijntje. Zo lekker allemaal.
De drie Nederlandse boten voor anker bij Farwell Island
Gedurende de nacht hebben we voor het eerst in lange tijd het ankeralarm weer geactiveerd. Dit alarm waarschuwt je als het anker gaat driften en de boot dus achteruit vaart. Omdat het eiland niet echt uitnodigt voor een bezoek varen we de volgende dag naar het plaatsje Nargana op het eiland Yandup, een afstand van 5 nm. Onderweg ankeren we nog even bij de Farewell Islands om daar even te snorkelen en lekker te lunchen. Dit is de eerste ankerplak waar we met veel meer boten liggen, uiteindelijk tel ik 14 boten, er is echter ruimte genoeg. Yandup is een eilandje waarop je duidelijk kunt zien dat de traditionele Guna leefwijze al wat wordt losgelaten.
De Ikinoo onderweg naar Nargana, varende tussen riffen en ondieptes
De chief heeft hier ook minder te zeggen en men komt ook niet meer langs om de $ 10,00 ankerfee te innen. Waren op de eilanden in het oosten van de San Blas vooral de vrouwen nog voor 80% gekleed in de traditionele kleding, hier is dat nog maar amper 20%. Daarbij komt dat men het heel gewoon is gaan vinden om al hun afval in zee te gooien. Op de ankerplaats komt dan ook continu plastic langsdrijven. Je kunt je afval ook tegen betaling meegeven aan een local, echter moet je er wel zeker van zijn dat hij het niet een paar honderd meter verder in zee gooit.
Ook in Nargana zijn de voorbereidingen voor kerst in volle gang
Na twee dagen houden we Nargana voor gezien, het is een smerig dorp met wel een aantal leuke winkeltjes om inkopen te doen. Zo hebben we ook één simkaartje gescoord, meer hadden ze niet op voorraad. De New Nexxus heeft deze in gebruik genomen omdat Niels onderweg vanaf zijn boot werkt. Wel hebben wij het simkaartje even geleend om onze mail te bekijken en de hoogstnoodzakelijk zaken af te wikkelen. We willen graag snorkelen in helder water zonder plasticafval, we besluiten dus 5 nm verder te varen naar Kanlildup of op zijn Engels Green Island. Hier zijn twee ankerplekken. Wij kiezen voor de zuidwestelijke ankerplek.
Uitzicht vanaf de Ikinoo naar Green Island
Zodra het anker in de rond zit nemen we een duik in het heerlijke heldere water. Ook hier liggen we weer met meerdere boten, het wordt steeds iets drukker. Het eiland is onbewoond, dus de volgende dag trekken we weer verder naar de ankerplek met de mooie naam Swimming Pool, de ankerplek bij Isla Morrodub of op zijn Engels het BBQ-eilandje, één van de eilanden behorende bij de Holandes Cays. Dit is werkelijk één van de mooiste stekjes. Er ligt hier een Amerikaans zeiljacht wat hier al 20 jaar ligt.
BBQ eiland met de overdekte zitplaats met tafel waaraan wij aan het einde 
van de middag een biertje dronken
De eigenaar heeft zelfs een stukje grond op Banedup beplant met allerlei soorten groente en fruit zodat ze zichzelf enigszins kunnen voorzien van verse waren. Zwemmen kun je hier helaas niet, als ik met mijn duikbril en zwemvliezen naar mijn anker toe zwem om te controleren of dat deze goed is ingegraven, kom ik nauwelijks vooruit. Er staat hier 2-3 kn stroming. Als we echter met de dinky naar het strandje van BBQ-island gaan, kunnen we vanaf het strand prima zwemmen en snorkelen. Het eilandje is niet echt groot, in een half uurtje loop je het hele eiland rond. Hier woont ook een familie waarbij de man tevens chief is.
De waterput met zoet water
Om zichzelf te voorzien van zoet water, heeft men een put gegraven. Het water wat hier uitkomt kun je niet drinken. Het is echter wel geschikt om jezelf te wassen, de was te doen en het keukengerei af te wassen. Het is een leuk gezicht als je de kinderen na het zwemmen allemaal met een pannetje water ziet scheppen om zichzelf te wassen en af te spoelen. Men verkoopt hier diverse soorten bier en frisdrank. Aan het einde van de dag nuttigen we dan ook gezamenlijk een aantal biertjes. Dit is overigens de ankerplak met de meeste zeilboten tot nu toe.
Huisvlijt van de lokale bewoners 
Wijnand heeft met de chief zitten praten over waar hij het beste kan vissen. Tussen BBQ-eiland en het eiland Banedup is een geul. Hierin zit veel vis. Reeds bij de eerste keer vissen is het direct raak. Opnieuw eten we met z’n zessen aan boord van de Ocean Goose gebakken vis.
Een Guna armband, veel gekleurde kraaltjes
Als zij de restanten van de schoongemaakte vis overboord zetten, wemelt het binnen de kortste keren van de haaien, er zitten erbij van wel 2,5 meter. Ook grote roggen komen hun deel opeisen. De eerste dag, na aankomst, maken we een boottochtje met de dinky naar de zuidkant van het onbewoonde eilandje Banedup. Hier kun je leuk zwemmen en snorkelen. Met Marlies en Sonja vaar ik daarna met de dinky naar het eilandje Tiadup, waar wel een paar families met hun kinderen wonen. Een oud dametje verkoopt hier armbanden van kraaltjes, Werkelijk heel kleurrijk.
De oude Guna dame brengt de armband aan bij Marlies
Na terugkomst op Banedup is er grote consternatie, de mannen hebben een krokodil gespot. In eerste instantie denken we dat dat onzin is en dat het om een boomstam gaat. Als we echter op onderzoek uitgaan zien we dat het niet één krokodil is maar dat het er twee zijn. Tjerk haalt met zijn dinky snel zijn drone op, zodat ze de krokodil van dichtbij kunnen fotograferen en filmen. Het is werkelijk een prachtig gezicht. Aan het einde van de dag keren we terug naar de boten en het strand om daar opnieuw de dag uit te luiden met een heerlijk koel biertje.
Niels samen met een Guna jongetje op zoek naar gekleurd plastic
Wat heel erg leuk aan Niels en Tjerk is, is dat zij met de New Nexxus de wereld rondvaren met een missie. Reeds in Nederland zijn zij begonnen om jonge mensen bewust te maken van het feit dat plastic niet in de zee thuishoort. Overal waar ze nu komen proberen ze groepjes jonge mensen bij elkaar te brengen, waarna ze met dit groepje de stranden afstruinen naar gekleurd plastic. Al het gekleurde plastic wat ze verzamelen gaat door een hand aangedreven verkruimelaar zodat er kleine stuks overblijven.
Met z'n allen de shredder bedienen om het plastic te versnipperen 
Deze kleine stukjes gaan in een mal, welke weer wordt geplaatst in een zonneoven. Nadat deze mal voor ongeveer 2 uur is verwarmd tot 250°C, wordt deze verwijderd uit de zonneoven. Na enigszins te zijn afgekoeld wordt de mal geopend. De stukjes plastic zijn aan elkaar gesmolten en vormen nu een bakje waarin je bijvoorbeeld een plant kunt planten. Een aantal van deze bakjes of vaasjes worden aan de deelnemers cadeau gedaan. De rest wordt opgestuurd naar Nederland en wordt daar weer verkocht. Gezamenlijk met de kinderen van BBQ Island en de kinderen van Tiadup maken we het strand van Tiadup schoon.
Het resultaat van 2 uurtjes gekleurd plastic verzamelen
Al het gekleurde plastic wordt meegenomen naar BBQ-island en hier op en grote hoop gegooid. Gezamenlijk met de volwassenen wordt het plastic nu met behulp van de verkruimelaar klein gemaakt. De kinderen krijgen ondertussen een glas coca cola met kruidnootjes. Deze laatste gaan grif van de hand, zowel de kinderen als de volwassenen kunnen re geen genoeg van krijgen.
Het eindresultaat, een bakje van gekleurd plastic
Zo hebben ze ook hier weer de jongeren en de volwassenen engszins bewust genaakt van het feit dat plastic niet in de natuur thuishoort. Omdat hier veel zeilboten komen, komt er elke vrijdag een boot langs met fruit, groente, rum, eieren, kip en brood. De Amerikaan die hier woont is als eerste aan de beurt omdat hij ook andere zaken die hij nodig heeft door deze boot laat bezorgen. Ook wij maken gebruik van hun diensten en vullen onze voorraden met groente en fruit aan. Zo
Zo ziet de perfecte ankerplaats er uit, een mooi zandstrand en een blauwe zee
kunnen we er weer even tegenaan. Na een aantal dagen geankerd te hebben op Swimming Pool, trekken we verder naar een ankerplek tussen de eilanden Acuakargana en Waisaladup, de meest westelijke punt van de Holandes Cays. Ook hier kun je naar Waisaladup varen en genieten van het strand en de mooie snorkel plekjes. Ze verkopen hier ook Mola’s. Dit zijn handgemaakte doeken met kleurige motieven erop. Na vele Mola’s te hebben bekeken en over de prijs te hebben onderhandeld koopt Sonja er direct twee die een mooi plekje gaan krijgen aan boord van de Ikinoo. Aan het einde van de dag genoten we hier opnieuw van een biertje op het strand. Het is weer tijd om afscheid te nemen van de New Nexxus en de Ocean Goose. Zij blijven nog enige weken in de San Blas. Wij moeten echter door naar Isla Linton met een tussenstop op Isla Porvenir.
Terugblik op de ankerplaats bij Isla Porvenir
Dit laatste eilandje is vroeger de plaats geweest van waaruit de San Blas eilanden werden bestuurd. Tevens was het de opstapplaats voor veel toeristen die hier met een vliegtuigje vanuit Panama werden afgezet. Omdat het chartervaren zo goed als verdwenen is, wordt het vliegveldje haast niet meer gebruikt. Wij hebben er in ieder geval geen één zien landen of opstijgen. Voor de rest is hier eigenlijk niet veel te beleven. Het is echt een ankerplaats tussen Isla Linton met zijn jachthaven en de rest van de San Blas. De laatste etappe voert ons naar Isla Linton, het eiland met in de windschaduw een marina.
De bui met daaronder de windhoos, hij was bijna uitgestorven
Dit is een afstand van iets meer dan 40 nm. We zijn al vroeg uit de veren zodat we om 07:00 uur al het anker uit de grond hebben. Na op de motor eerst een stukje tegen de wind in te hebben gevaren, hijsen we de beide zeilen en zeilen scherp aan de wind naar onze bestemming Onderweg komt er een bui over waar een klein beetje regen uitkomt. Indien we echter achteromkijken, als hij ons is gepasseerd, zien we dat er een windhoos is ontstaan. We zijn blij dat dat achter ons plaatsvindt en niet voor ons. In de loop van de dag krimpt de wind, enigszins gelijktijdig met het afvallen langs de kust. Zo blijven we scherp aan de wind varen in plaats van op een gegeven moment halve wind te kunnen zeilen. De gehele dag hebben we 8-12 kn wind. Aangekomen in de Marina krijgen we direct een plekje toegewezen. Men had ons al verwacht omdat we van te voren voor de zekerheid een plekje hadden gereserveerd in verband met de verwachte drukte rond de feestdagen Hier vieren we de kerst en oud en nieuw en gaat Sonja voor 12 dagen naar Nederland, maar daarover in het volgende verhaal meer.
Zo mooi is de natuur hier in de San Blas



dinsdag 25 december 2018

Colombia deel 4


Zonsondergang in de haven van Santa Marta
Na dertien weken genieten vertrekken we uit Columbia. Columbia wat ben je mooi, je mensen zo vriendelijk, je natuur zo prachtig en uitbundig, maar tegelijkertijd zo lelijk, druk en vies, maar ik zou iedereen aanraden om naar Columbia te gaan. Wij hadden het voor geen goud willen missen. Wij hebben genoten van alles wat het te bieden heeft, en dat is heel veel. Mooie steden en zo veel mooie natuur met veel groen en prachtige watervallen. Het reizen op zich is allemaal prima te doen. Het openbaarvervoer is hier prima geregeld en betaalbaar, niet echt onbelangrijk. Eigenlijk te veel om op te noemen, ik zou zeggen ervaar het zelf en je zult versteld staan van wat Colombia allemaal te bieden heeft.
De eigenaren van ons favoriete eettentje 
De keerzijde is echter dat er nog veel armoede is, in het verleden zijn veel mensen van het platteland gevlucht voor het geweld. Deze mensen leven in krottenwijken die wel gebouwd lijken te zijn op een vuilnisbelt. Maar ook dat is Colombia, de verschillen tussen arm en rijk zijn hier heel erg groot. Maar voor ons is er een tijd van komen en er is een tijd van gaan. Wij zijn eraan toe om de San Blas eilanden te gaan bezoeken, rust, geen hectiek en zeker geen goedkope restaurantjes met verschrikkelijk lekker eten, waar we veel te vaak komen. De laatste boodschappen worden gedaan, de watertank wordt gevuld, de motor wordt nagekeken, alles is klaar voor een langdurige periode op het water. We besluiten om ‘s-morgens vroeg te vertrekken en onderweg te kijken of we doorzeilen naar Cartagena of dat we ankeren op Valero Marina. Dat besluiten wij onder weg wel. We laten het van het weer afhangen, als wij lekker zeilen gaan we door zo niet dan ankeren we en gaan de volgende dag weer verder. Maar eerst gaan wij uitklaren. Voor ons is het van belang dat we een permit krijgen voor een aantal maanden met als bestemming Colon in Panama. Zo hebben we de minsten kans op problemen als we al hoppend langs de Colombiaanse kust naar de San Blas eilanden zeilen. Je mag er 30 dagen over doen om uit Columbia te komen, dus tijd genoeg. We varen samen met de Ocean Goose, ook zij zijn er klaar om te vertrekken, wel zo gezellig om met z’n tweeën op te zeilen. Wij zetten de zeilen, maar er is niet echt veel wind.
Zonsondergang onderweg naar Cartagena
Als wij kunnen zeilen dan doen wij dat ook. Na een klein uurtje komt de windstilte, die was voorspeld, nu maar hopen dat er gauw weer wind komt. Onze gebeden worden verhoord, na een klein half uurtje is de wind er weer en zet lekker door. Wij besluiten deze nacht door te zeilen want de wind blijft goed. Wij rekenen uit dat we met een snelheid van 5 kn ‘s-morgens om een uur of zes aankomen, prima want dan is het al licht. Ik voel mij wel bevoorrecht want altijd als wij zeilen zien wij dolfijnen en ook nu weer is het heel bijzonder. Onderweg houden wij met enige regelmaat via de VHF-contact met de Ocean Goose, ook zij zeilen door gedurende de nacht, fijn om te horen. Onderweg gaat het steeds harder waaien dan dat was voorspeld, de wind zou, volgens de voorspelling minder worden. Aan de ene kant heerlijk, maar aan de andere kant wij willen niet in donker aankomen, zeker omdat de ingang nogal smal is en onbekend. Dat doen we liever bij daglicht.
De skyline van Cartagena
Maar het gaat niet altijd zoals wij willen. Zo komen wij dus om drie uur ‘s-nachts al bij Cartagena aan, dus in het donker. Hans stelt voor om te gaan bijliggen en zo te wachten totdat het licht is. Ik vind dat prima, we liggen ook wat rustiger. Prachtig om Cartagena zo te zien met al die verlichting.  Zo liggen wij nog drie uurtjes bij en varen dan bij daglicht door naar de ankerplaats. Bij daglicht lijkt Cartagena op New York met al zijn hoge betonnen gebouwen, alleen het beroemde vrijheidsbeeld ontbreekt hier, ha, ha, ha. Het is wel vrij vol op de ankerplaats, maar we vinden wel een goed plekje. Ik persoonlijk vind het hier niks om te liggen, maar ja ik ben niet alleen. In de verte zien wij de oude stad liggen en die is echt de moeite waard om te bezichtigen. Dat gaan Wijnand en Marlies van de Ocean Goose dan ook doen. Wij blijven lekker op de boot, ik heb samen met Hans Cartagena al gezien en vind het goed zo.
Het uitzicht vanaf de Ikinoo bij Isla Grande
De volgende morgen gaan wij weer anker op en gaan naar het eilandje Isla Grande. Het wordt voorlopig motoren want er is de komende dagen geen wind. Op zich ook niet verkeerd, moet de motor ook weer eens wat doen. Dit wordt de eerste keer dat we tussen koraalriffen door naar een ankerplaats varen. De kaart op onze plotter geeft echter onvoldoende details. Wel hebben we een papieren kaart met voldoende details. Het probleem is echter dat de boeien die er zouden moeten zijn, niet aanwezig zijn, alles wat je ziet is een paar betonnen palen die net boven het water uitsteken. Gelukkig is er een lokale visser die naar ons toe vaart en ons tussen de riffen door naar de ankerplaats brengt.
Uitzicht de andere kant op met veel bootjes met snorkelaars
Zo liggen we in een kommetje op zes meter water met rond om ons heen een hotel en een paar privé huizen, we hebben een prachtig uitzicht. We doen hier niet veel maar genieten van de rust en de stilte. ’s-Middags gaan we naar de wal om te kunnen internetten en om een ijsje te eten. Die stilte wordt ’s-morgens alleen verstoord als de snelle boten uit Cartagena komen om toeristen af te zetten bij het hotel. De volgende dag komt ook de Ocean Goose aan. Na drie dagen met zwemmen, snorkelen en vooral veel niets doen houden we het voor gezien en varen door naar het volgende eiland, Isla Tintipan. Nog steeds staat er geen wind zodat we alles op de motor moeten varen. Bij dit eiland is geen baai voor de bescherming maar lig je op open zee op vier meter water met rondom koraalriffen. Wel even wennen, maar deze keer varen we zonder hulp de nauwe doorgang door om op de ankerplaats aan te komen. We blijven hier twee dagen.
De hoofdstraat van Isla Fuerta
De volgende etappe voert ons naar Isla Fuerte. Dit is een eilandje met een dorpje met volgens onze pilot een aantal bezienswaardigheden. Op het eilandje kunnen we brood en wat groente kopen, veel meer is er niet. Gezamenlijk maken we een wandeling naar de noordkant van het eiland, hier zou het echt mooi moeten zijn. Ons valt het wat tegen. Men is hier wel bezig iets op te bouwen, echter het komt niet echt van de grond. Na drie dagen houden we het voor gezien. Er is ook een mooi weer window op komst met 12-15 kn wind uit de goede hoek. Tijd dus om de zeilen te hijsen en op pad te gaan naar Panama. Ons doel is het plaatsje Obaldia, een klein plaatsje op de grens tussen Colombia en Panama, waar je echter wel kunt inklaren, maar daarover meer in het volgende verhaal over de San Blas. Omdat dit het laatste verhaal voor 2018 is, wensen wij alle lezers van ons blog vanuit Linton Bay Marina een prettige kers en een prachtig 2019. Blijf ons volgen in het volgende jaar.
Ezels en fietsen zijn hier het enige vervoermiddel, de boom is de grootste op het eiland.
Rechts onderin zie je de hanen gevechten arena, met zitplaatsen rondom het strijd gebied.
De mensen zijn hier zeer gelovig, dit soort beelden zie je hier veel.

donderdag 15 november 2018

Colombia deel 3

Na twee reizen te hebben gemaakt met vrienden, hebben we dit keer besloten een korte reis met z’n tweeën te maken. We gaan een 3-daagse citytrip maken naar de historische stad Cartagena, één van de mooiste kustplaatsen van Colombia en daarmee direct ook één van de meest toeristische. Cartagena is een oude handelsstad met een mooi oud centrum.
Leuke smalle straatjes bepalen het beeld
Dit centrum is geheel ommuurt door dikke vestingmuren. Het centrum bestaat hoofdzakelijk uit mooie gerestaureerde koloniale panden met een doolhof aan gekleurde straatjes en steegjes. Tel daarbij op nog wat leuke pleintjes, waar het vooral in de avond ontzettend gezellig is en je hebt de ideale plaats voor een citytrip. Cartagena komt pas in de loop van de namiddag echt tot leven. Dan zie je overal jonge backpakkers, die zich verzamelen bij de goedkopere eettentjes op de pleintjes, straatmuzikanten en dansers die hun kunsten vertonen en garant staan voor een avond in Caribische sfeer. Wat wil een mens nog meer. Het oude centrum is verdeeld in 3 wijken, te weten El Centro, het drukste en mooiste deel van de stad, San Diego wat een stuk rustiger is en Getsemani, wat minder mooi en een beetje rauw maar wel met veel kunstenaars. Iedere wijk hebben wij bezocht.
En zo zijn er vele panden, elk prachtig gerestaureerd
 
Wij vertrokken met de bus vanuit Santa Marta naar Cartagena. Een busreis die onder normale omstandigheden 4 uur in beslag neemt, maar die, zoals gewoonlijk, weer uitloopt door het vele vrachtverkeer en de slechte staat van het wegdek. Onderweg zien we langs de kant van de weg ontzettend veel armoede. Huisjes van golfplaten, oude houten planken en plastic. Dat alles gebouwd op wat wel een vuilnisbelt lijkt. Smeriger en armer hebben wij het tot nu toe niet gezien, zelfs in Marokko of de Kaapverdische eilanden niet. Wat ze wel allemaal hebben is een mobieltje, zonder kunnen ze blijkbaar niet leven. In de loop van de middag kwamen we aan op het busstation. Vanaf hier lieten wij ons met de taxi naar ons hotel brengen. De prijs voor deze rit moet je vooraf wel met de chauffeur afspreken. Onze rit koste ons POC 20.000, we kwamen echter ook chauffeurs tegen die veel meer vroegen.
De binnenplaats van onze casa

We werden afgezet voor de deur van ons hotel, Casa India Catalina, gelegen aan het Centro Calle del Coliseo, dus midden in het oude centrum. De hotelkamers van deze casa zijn gesitueerd rondom
Een ideaal plekje om tot rust te komen
een open binnenplaats. Op de begane grond is een klein zwembadje en zijn er wat rustige zitjes waar je naar hartenlust kunt Internetten of in de aanwezige hangmat wat kunt doezelen. Het was te laat om nog te gaan lunchen maar echter ook te vroeg om nu al te gaan dineren. We besloten een wandeling te maken door het centrum richting het Plaza de la Trinidad. De wandeling voerde ons onder de oude stadspoort Torre del Reloj door, langs het Parque Centenario naar de wijk Getsemani, waar in het midden het Plaza de la Trinnidad ligt. Na wat rond gekeken te hebben, kozen wij voor een terrasje vanwaar je een goed uitzicht over het pleintje had. Heerlijk om hier wat te drinken en te kijken naar al die mensen.
De Torro del Reloj
Inderdaad werd het een het einde van de middag steeds drukker. We werden getrakteerd op een kleurrijke dansvoorstelling van een Caribische groep, een clown die achter de rug van de mensen om hun bewegingen nadeed, maar dan groot uitgemeten, heel komisch en natuurlijk diverse straatmuzikanten. De kleine restaurantjes boden niet echt de maaltijd wat wij zochten. Op en rond het plein staan echter kleine een aantal  stalletjes waar het eten vers wordt bereid, je moet echter wel wat geduld hebben. Zo aten wij allebei een broodje hamburger van uitstekende kwaliteit tegen een prijs waarvoor je in Nederland niet eens een zakje patat kunt kopen. We hebben dus echt genoten van onze eerste avond. Teruglopende naar onze casa, dronken we nog een wijntje op een terrasje. Dat hadden we beter niet kunnen doen, want we betaalden hier de hoofdprijs. Weer eens niet vooraf op de prijslijst gekeken, jammer.
Uitzicht naar het nieuwe deel van Cartagena, de prijzen
voor de appartementen gaan hier al gauw naar $ 1.000.000
Na een verkwikkende nachtrust, we hadden een airco op de kamer, startte we de dag met een uitgebreid ontbijt. Het ontbijt was in buffetvorm zodat je kon kiezen uit allerlei lekkere dingen. Geroosterd brood met klutsei, een croissantje met jam, stukjes vers fruit, sinaasappelsap en natuurlijk thee of koffie. Er was nog veel meer keuze, maar dan wordt het verhaal wat saai en lang. Na het ontbijt liepen we naar een klein winkeltje waar ze kaartjes verkochten voor de hop on en hop off bus. We werden daarna door een dame naar de opstapplaats van de bus gebracht. Eenmaal daar aangekomen konden we op een bankje plaatsnemen en wachten op de komst van de bus. We hoorden hier twee meiden Nederlands praten en voor dat we het wisten waren we in een geanimeerd gesprek gewikkeld. Eenmaal in de bus kregen we aan de hand van ons “oortje” in het Engels uitleg over alle bezienswaardigheden waar we langsreden. Na de gehele tour te hebben uitgezeten, bleven we zitten om ons onderweg te laten afzetten bij de bushalte van waaraf we de stad wilden bezichtigen.
Twee echte Hollandse meiden, helemaal top
In de bus raakten we verder aan de praat met die twee Nederlandse meiden die hier op vakantie waren. Ze maakte, zoals vele anderen, een rondreis door Colombia. Beide meiden werkten bij de gevangenis in Alphen aan den Rijn, hoe klein is deze wereld. Een ex collega van Sonja, Arjan Oppelaar, is hier een aantal jaren geleden ook gaan werken. Met z’n vieren hadden we een gezellige tijd in de bus, al hoewel een aantal buspassagiers ons te luidruchtig vonden. Na te zijn uitgestapt, hebben we een wandeling gemaakt door de smalle straatjes en steegjes. Zo kwamen we uiteindelijk bij de Plaza Santo Domingo, het plein waar zich ook de Santa Domingo kerk bevindt. Helaas was de kerk gesloten zodat wij deze niet konden bezichtigen.
Zoals in het vorige verhaal al beschreven,
de bronzen beelden van Botero kom je overal tegen
Op het plein zelf is het echter een komen en gaan van toeristen en natuurlijk van straatventers die van alles aan je willen slijten, hoeden, sigaren, beeldjes van Botero, selfiesticks, koelkastmagneetjes, snoepjes, etc. Je krijgt geen moment rust. Na wat gedronken te hebben zijn we daarom snel weer verder gelopen naar de vestingmuur en naar café del Mar, de place to be bij zonsondergang. Wij waren echter veel te vroeg en alles was dus nog gesloten. In een steegje vonden we een echter een klein restaurantje met verse tortilla’s, zo lekkere hebben we zelden gegeten. Op de weg terug naar onze casa slenterde we langs alle mogelijke toeristische bezienswaardigheden. Voor het diner bleven we dit keer dichtbij onze casa, door puur toeval vonden we namelijk een echt Italiaans restaurant, een zeldzaamheid in Colombia. Na heerlijk te hebben gegeten en als toetje nog een ijsje te hebben gegeten, slenterden we weer terug naar onze casa. Moe door de vele indrukken lagen we bijtijds in bed. 
Castillo de San Felipe de Barajas
De laatste dag besloten we de ochtend gescheiden door te brengen. Sonja wilde graag een fiets huren zodat zij op de fiets de stad kon bekijken. Zo kon ze stoppen waar ze wilde en elke winkel in en uitgaan zonder dat ik daarbij op haar moest staan wachten, ha, ha. Nadat we een fiets voor Sonja hadden gehuurd en zij op weg was geholpen, ben ik zelf een flink stuk gaan wandelen. In eerste instantie liep ik vanaf het fietsverhuurbedrijf naar het fort bij de ingang van de oude stad, het Castillo de San Felipe de Barajas. Om de stad te beschermen tegen aanvallen van buitenaf zijn de Spanjaarden in 1657 begonnen met het bouwen van dit fort op een 40 meter hoge heuvel. In 1762 is dit verder uitgebreid tot wat we heden ten dage nog kunnen bewonderen en bezichtigen.
Een van de vele gerestaureerde kanonnen die het fort rijk is
Het is het grootste fort dat de Spanjaarden buiten Spanje hebben gebouwd. Het fort moest onneembaar worden, ook na meerder aanvallen bleek dat het ontwerp dermate goed was uitgedacht dat het inderdaad onneembaar bleek. Door het gangenstelsel, welke deels open zijn voor het publiek, kon men de vijand horen aankomen en kon men zich beschermd verplaatsen. Ook was er veel aandacht besteed aan de logistiek binnen het fort om zodoende de kanonnen goed en snel te kunnen voorzien van munitie. Het fort is afgelopen jaren grotendeels gerestaureerd, waarbij men heden ten dage nog steeds bezig is met deze restauratie. Na de bezichtiging ben in teruggelopen naar de stadsmuur.
Cafe del Mar, boven op de oude stadsmuur, helaas gesloten
Hier start een wandeling die je over en langs de gehele muur leidt. Zo wandel je dus rondom het hele oude centrum van Cartagena, heel indrukwekkend, zeker aangezien de muur nog grotendeels intact is. Omdat de lucht heel snel betrok en het elk moment kon gaan regenen, ben ik daarna snel naar onze casa teruggelopen, net op tijd was ik binnen. Er brak een onweer uit en het regende een tijdje lang pijpenstelen. Zodra het echter droog was, liepen we snel naar het kleine restaurantje waar we de vorige dag verse tortilla’s hadden gegeten. Ze waren opnieuw verrukkelijk.
Op diverse plekjes kom je dit soort kraampjes met schilderijen tegen
De rest van de middag hebben we rustig aan gedaan en wat door de straatjes geslenterd. 's-Avonds eindigden we opnieuw in het Italiaanse restaurant. Hier maakte ik weer eens één van mijn historische foutjes, ik bestelde een Sambuca met een espresso, zonder eerst op de prijslijst te hebben gekeken. Niets bijzonders zou je zo zeggen, ware het niet dat achteraf bleek dat het hele kleine glaasje Sambuca nog duurder was dan een literfles Sambuca in Nederland, en dat voor Colombia.

Hoedje passen meneer? 
Doe mij maar die onderste rose met die zwarte rand
Tijd om de terugreis aan te vangen. De buskaartjes hadden we opnieuw per Internet besteld. Met de print-out in de hand loop je naar het loket waar deze wordt geruild voor twee tickets. De terugreis verliep aanzienlijk sneller dan de heenreis, zodat we redelijk op tijd terug waren bij de Marina en natuurlijk bij onze Ikinoo. Dit was nog eens een stedentrip om aan te bevelen bij andere zeilers. Cartagena moet je zeker niet overslaan. Het historische centrum heeft zo veel te bieden. Drie dagen is echter genoeg om alle bezienswaardigheden te bekijken en om te genieten van dit oude historische centrum. De hotels in het oude centrum zijn over het algemeen wat duurder dan dat je in de rest van Colombia gewend bent, zo ook de maaltijden in de restaurants. Het eten en drinken bij de stalletjes langs de weg of op de pleintjes is echter weer spotgoedkoop. Je kunt het dus net zo duur of goedkoop maken als dat je zelf wilt.