zondag 6 november 2022

Lombok en Bali

Deze keer beschrijven we Lombok en Bali samen in één verhaal. De reden is dat we tijdens ons verblijf op Lombok, de Ikinoo in Lombok hebben achtergelaten, om vervolgens met een ferry naar Bali af te reizen voor een vakantie van een week. Maar daarover verderop in dit verhaal meer. We beginnen daar waar we gebleven waren.

Onze plek aan de mooring bij Medana Bay Marine. 
Na een paar uur te hebben geslapen, halen we het anker op en verlaten, met pijn in ons hart, onze ankerplek bij Jambu Village. Wat hebben we hier een prachtige ervaring opgedaan door te zwemmen met twee grote walvis haaien. Zodra de zeilen staan, kan de motor uit en zijn we onderweg voor een tocht van 127 nm. We stellen de windvaan in zodat de autopilot uit kan. We varen met het grootzeil op het 2e rif. Even later blijkt dat dat geen verkeerde keuze was. We halen snelheden ruim boven de 7 kn zonder dat het oncomfortabel wordt. In de loop van de avond neemt de wind wat af als we in de luwte van het eiland komen. Zodra we echter de zeestraat tussen Sumbawa en Lombok in zeilen, hebben we direct weer een stevige bries staan. Er staat continu 20-25 kn wind van opzij.
De Ikinoo aan een Mooring. Deze foto is genomen door een
vriend van ons.
Dat schiet dus aardig op. Helaas, als we in de luwte van Lombok komen, is het over met de pret, de wind verdwijnt in zijn geheel. We starten de motor en varen rustig verder langs de noord kust van Lombok naar de Medana Bay Marina. Het aanlopen van deze Marina is niet eenvoudig, echter als je de opgegeven Waypoints volgt, kom je er zonder al te veel problemen. In de baai liggen diverse soorten moorings. De grootte van de boei bepaald welk gewicht de boot maximaal mag hebben. Hoe groter de boei des te zwaarder mag de boot zijn. Wij kiezen de mooring met de grootste boei, die schepen kan hebben tot 25T, en even laat liggen we netjes vast. Dit is een echte Marina, echter zonder veel bruikbare steigers, wel voldoende moorings. Ook kan men hier de boot op de kant zetten voor onderhoud of om deze voor een langere periode achter te laten.
Een groot deel van de sail2indonesië deelnemers bij de lezing
over de rally door Maleisië.
Alle voorzieningen zijn aanwezig voor het liften van monohulls en catamarans. Op het complex heeft men appartementen voor die mensen die niet op de boot willen blijven wonen gedurende het onderhoud en er is een goed restaurant met een mooie menukaart en alle soorten dranken, waaronder rode en witte wijn, rosé en prosecco. We verblijven hier een aantal dagen. We huren een scooter en maken een tocht naar de stad Mataram, waar we boodschappen doen in een groot winkelcentrum en geld halen. Op de terugweg worden we overvallen door een stortbui. We staan zeker een uur te schuilen voordat het weer droog wordt.
Hier kwamen de mensen aan lopen met een schaal met op hun
hoofd voorzien van traditioneel voedsel. Het geheel werd 
vooraf gegaan door een band.
Elke avond zijn we met alle zeilers in het restaurant te vinden. De organisatoren van de sail2indonesia rally en de Maleisië rally zijn beide hier aanwezig en geven een lezing over Maleisië en de voordelen die het heeft om met de Maleisië rally mee te doen. Voor ons is dit geen optie omdat de rally begint als wij al lang en breed in de Panchor Marina liggen vanwaar we naar Nederland vliegen. De organisatie doet echt zijn best, zo organiseren ze een middag met toespraken, een originele dans en een gezamenlijk maaltijd op Hindoestaanse wijze. Dit laatste houdt in dat de gast een een schaal met een maaltijd voor twee personen bij zich heeft, bestaande uit diverse gerechten met rijst. De persoon die de maaltijd heeft meegebracht zit al op de grond. Door tegenover de persoon te gaan zitten, je netjes voor te stellen, kun je deelnemen aan deze maaltijd.
Hier zit ik als gast op de grond en leer hoe ik 
met mijn rechterhand kan eten. De gerechten
waren verrukkelijk.
Gegeten wordt er met de rechterhand, dus zonder bestek. Voor velen van ons was dat de eerste keer dat we met onze handen aten, wel een hele aparte belevenis. Twee dagen later verlaten de meeste boten de Marina en gaan onderweg naar Lovina op Bali. Wij blijven echter. We hebben het plan opgevat om de Ikinoo hier aan de mooring achter te laten en een vakantietrip van een week naar Bali te maken. Het personeel van de Marina let in die periode op de Ikinoo en controleert geregeld de lijnen waarmee deze is vastgemaakt. We laten ons met de taxi naar de ferryterminal brengen, vanwaar alle schepen vertrekken naar de diverse bestemmingen op Bali. Wij hebben ervoor gekozen om vanaf Bangsai op Lombok naar Sanur op Bali te varen met een tussenstop bij het plaatsje Toyapakeh op Penida Island. De ferry’s zijn in principe grote speedboten met heel veel vermogen. Zo had die van ons zes stuks 250pk buitenboordmotoren. Ze varen met hoge snelheid van A naar B. Op de heenreis hadden we de wind en de golven schuin van voren staan. Door de snelheid en de hoge golven maakte het schip enorme klappen. Gelukkig hadden we comfortabele stoelen. De snelheid ligt rond de 30 kn, maar wordt door de golven en de klappen soms teruggebracht naar 20 kn. Een ritje in de achtbaan is er niets bij.
Wat een power, 6 keer 250 pk als aandrijving.
De zijramen kunnen wel open, maar door het vele overkomende water laat je dit wel. Aangekomen bij het plaatsje Sanur, blijkt dat de haven hier volledig wordt gerenoveerd en dat we via de achterkant van de boot in het water moeten stappen en naar de kant toe lopen. Gelukkig voor Sonja is er een sterke man die haar naar het droge tilt. Met een taxi laten we ons vervolgens naar het Sri Abi Ratu Villa & Resort brengen, waar wij voor een week een appartement hebben gehuurd. De prijs voor een taxirit kan in Indonesië aardig variëren, het is dan ook raadzaam de prijs vooraf af te spreken. Het resort waar wij verbleven, was in het verleden zeer modern geweest, de kamers waren netjes en voorzien van een grote badkamer en het bed was uitstekend. In de tuin hadden we zelfs een privé zwembadje.
Ons privé zwembadje in de tuin van ons appartement.
Het gehele complex is verder eigenlijk een beetje gedateerd. Het vermelde restaurant met bar is er niet meer en men kan alleen wat frisdrank uit de koelkast bestellen en koffie en theezetten in je appartement. Ook het zwembadje wordt onvoldoende schoon gehouden. Bij het boeken hadden we het idee dat het al aardig vol zou zijn, er waren echter maar drie appartementen bezet. Wat wel speciaal is, is dat het wemelt er van de dieren. Eenmaal hadden we een grote hagedis op de muur boven ons bed zitten. Hij kroop achter het schilderij wat daar hing en we zagen hem niet meer terug.
Deze vond ik zomaar op straat terwijl ik op Sonja wachte.
’s-Nachts zijn er kikkers actief die ook tegen de muren en de ramen opkruipen. Als ze dan beginnen te kwaken schrik je echt omdat het net is alsof ze in je slaapkamer zitten. Daar moet je dus wel tegenkunnen. ’s-Avonds brengt de jongeman die ons heeft ontvangen, ons met zijn eigen scooter naar een nabijgelegen restaurant. Hier eten we wat en drinken een biertje. Na afloop komt hij ons weer ophalen. Voor de volgende zeven dagen hebben we een scooter gehuurd zodat we ons makkelijk kunnen verplaatsen over het eiland. Dat scooter rijden is wel een dingetje hier op Bali. Het vervoer per scooter gaat sneller dan met de auto. Het verkeer staat namelijk regelmatig vast. Met de scooter scheurt iedereen tussen de auto’s en de vrachtwagens door. In het begin moet je daar echt even aan wennen, maar na een paar dagen doe je gewoon mee. Je haalt alles en iedereen in, links of rechts, het maakt niet uit.
Hollandse bitterballen, YES
Daarbij hangt iedereen op zijn toeter om aan te geven dat ze voorbijkomen. Je zenuwen moeten wel sterk zijn, maar uiteindelijk is het na verloop van tijd wel leuk om te doen. De eerste dag rijden we naar de plaats Seminyak, waar we op zoek gaan naar een kledingmaker die voor Sonja twee jurkjes kan maken op basis van een jurkje dat ze bij zich heeft. De winkel die we op internet hadden gevonden kon geen jurkjes maken. Teleurgesteld verlieten we het winkelcentrum. Al flanerende langs de winkels zagen we een massagesalon. Sonja heeft hier haar voeten laten verwennen met een massage en pedicure. Ze voelde na afloop weer zijdezacht aan. We vinden een kledingmaker die in een paar dagen deze jurkjes kan maken. Sonja zoekt de twee kleuren zijde stof uit en we doen een aanbetaling en maken een afspraak voor de dag dat wij de jurkjes komen halen. Voor de lunch gaan we naar een restaurant dat volgens Sonja heel bekend is en waar ook veel inwoners van Seminyak komen eten. Tot onze verrassing hadden ze bitterballen op het menu staan. We hebben deze natuurlijk besteld en ervan genoten. De rest van de maaltijd was ook prima. We waren net klaar met eten en wilde gaan betalen, toen er een onweersbui los barste, het regende tijden lang pijpenstelen. Gelukkig zaten we droog en bestelde nog maar wat te drinken. Onderweg zagen we regelmatig mensen lopen met kleine offerbakjes met bloemen, wat eten en een wierookstokje. Bij navraag bleek dat de Hindoestaanse bevolking van Bali deze offers neerlegt bij tempels, op de stoep voor een winkel of bij de kleine tempeltjes op de markt.
Overal op straat kom je deze zoenoffers tegen.
Met deze offers probeert men de kwade demonen goed gezind te houden. Erop gaan staan wordt als disrespectvol gezien. Elke kleur van een boem staat symbool voor een andere god. Aan het einde van de dag reden we terug naar ons resort, waarbij we nog even een biertje dronken en een kleinigheidje aten bij het restaurant waar we die dag daarvoor al te gast waren geweest. De volgende dag stonden we vroeg op omdat we een druk programma voor de boeg hadden. Als eerste reden we op onze scooter naar de Tegenungan watervallen. Via trappen daal je af in een vallei en kun je de waterval bewonderen. Op gepaste afstand van de waterval kun je zelfs zwemmen en er is zelfs een reddingsstation aanwezig. Wat ons opviel, was dat aan de zijde waar wij afdaalde veel gebouwtjes sterk verwaarloosd waren, terwijl aan de kant waar wij weer omhoogliepen veel gebouwen nieuw waren. Toen we eenmaal weer boven waren, vonden we zelfs veel stalletjes met toeristische prularia. Eenmaal boven aangekomen, liet ik Sonja achter en wandelde snel de vooraf gelopen route weer terug om onze scooter op te halen.
We hebben zo veel foto's genomen dat we niet wisten welke te kiezen, dus dan maar via een collage.
Aansluitend reden we door naar de dierentuin van Bali. In onze ogen heeft de dierentuin twee gezichten, deels is het een aantal jaren geleden vernieuwd waarbij de dieren veel bewegingsruimte hebben gekregen en deels is het nog oud met dieren in kooien.
Je loopt hier dus gewoon tussen de dieren, zonder enig hek 
wat de dieren tegenhoud.
Zodra je in het park bent loop je zonder afscherming tussen herten en de wallabay's door die rustig blijven staan of zitten om jou te bekijken. Er is geen hek die de dieren binnen houdt. Bij binnenkomst loop je de eerste tijd door dat deel van het park waar de dieren veel leefruimte hebben, je kunt er zelfs een ritje maken op de rug van een olifant, wel tegen extra betaling natuurlijk. Zo is er ook een groot afgeschermde grote oude kooi waar je naar binnen kunt. Hier loop je tussen de dieren door die de mens hebben geaccepteerd. Er is wel een bewaker die erop toeziet dat je de dieren niet aanraakt, maar voor de rest kun je heel dicht bij de dieren komen. De dierentuin is zeker de moeite waard. Voordat we weggingen hebben we hier nog geluncht met saté.
Een collage van de dieren in deze dierentuin. Zoals je op de foto's kunt zien zitten de meeste van deze in hele grote ruimtes en loop je er zelf tussendoor.
Op de scooter gingen we verder, op zoek naar een bekend restaurantje midden tussen de rijstvelden. Het was een hele klus om dit restaurantje te vinden. Het laatste gedeelte hebben we zelfs door de regen gelopen omdat wij het paadje wat te smal en te modderig vonden om met de scooter te rijden.
Hier zijn de boeren aan het werk op de rijstvelden.
Hier hebben we wat gedronken en vegetarisch gegeten terwijl het pijpenstelen regende. Zodra het weer droog was, zijn we opnieuw op pad gegaan, deze keer terug naar ons resort. Onderweg nog even wat bier en chips gekocht. ’s-Avonds samen op bed gezeten en een filmpje gekeken onder het genot van bier en chips. Gesloopt waren we. De volgende dag was het grijs met een voorspelling voor veel regen. Het internet van Sonja functioneerde niet meer. We reden naar de dichtstbijzijnde winkel die ons kon helpen. Na meer dan twee uur sleutel kwam men tot de conclusie dat het probleem niet bij hen lag maar dat het toestel het probleem was. Ineens herinnerde ik mij dat ik dit eerder had meegemaakt. Sonja had een datalimiet ingesteld op haar telefoon.
Een ander voorbeeld van een zoenoffer voor een winkel.
Om de een of andere reden wordt deze waarde naar “0” gezet, waardoor het Internet niet meer functioneert. Ik heb de waarde naar 100 Gb veranderd en het Internet functioneerde weer. Op de scooter reden we vervolgens naar Kuta, het toeristische centrum van Bali. Hier is een groot overdekt winkelcentrum waar we een paar uur hebben rond geslenterd. Er was een bijzonder restaurant waar je een menu van de gril kunt bestellen. Steeds serveren ze een gerecht waarbij je gelijktijdig ook van het buffet kunt opscheppen. Ook de frisdrank is in de prijs inbegrepen.
Het regent pijpenstelen terwijl wij rondlopen in de mall.
We waren net klaar met eten toen de weergoden opnieuw de sluizen openzette. Met pijpenstelen kwam het uit de lucht vallen. Gelukkig liepen wij droog, Zodra het droog was zijn we weer teruggereden naar ons resort. Opnieuw wat biertjes gekocht voor consumptie op onze kamer. Ondertussen waren de jurkjes voor Sonja klaar, tijd dus om opnieuw naar de kleermaker te rijden. De jurkjes waren klaar en er kon dus worden afgerekend. Ergens in de omgeving bevond zich een tempel die wij graag wilde bezoeken. Het is niet en tempel niet echt bekend is, maar juist daarom wel interessant. Bij binnenkomst werden we van harte welkom geheten en kregen we een gele sjerp om die aangeeft dat je een gast bent.. De tempel was heel oud en ook een beetje aan het vervallen.
De ingang van de oude tempel midden in een drukke stad.
Vooral oudere mensen waren bezig met het onderhoud en het aanvegen van de straatjes en pleintjes. De rust is hier echter overweldigend, ondanks dat deze tempel midden in een drukke stad ligt. Na afloop hebben we het gastenboek getekend. Ook bezochten we het Ubud Water Palace. Dit is een tempel die door veel toeristen bezocht wordt, de watertuin is werkelijk prachtig met veel lotusbloemen en ook de tempel zelf is mooi en goed onderhouden. Bij de ingang is zelfs een restaurantje aanwezig waar je wat kunt eten en drinken. Deze tempel is zeker de moeite waard. 
Een impressie van het Water Palace in Ubed, een schitterend met schitterende bloemen in de vijver.  
Aansluitend reden we door naar een vlindertuin. Deze bleek verplaatst te zijn naar een nieuwe locatie.
Een van de schitterende vlinders.
De laatste keer dat wij een vlindertuin zagen was in 2018 bij ons bezoek aan Suriname. Deze was wat minder spectaculair maar zeker de moeite waard. Men heeft hier alleen de vlinders die in Indonesië voorkomen. Er zitten hele grote exemplaren bij. Rond om het complex is men nog bezig om de tuinen verder in te richten. Dat gaat wat langzaam omdat je ook af en toe moet rusten, zeker onder werktijd. De laatste dag van ons verblijf op Bali bezochten we een orchideeëntuin, het klimaat in Indonesië leent zich hier prima voor. Alles groeit van nature, zo ook deze bloemen. Na afloop van dit bezoek zijn we teruggereden naar ons resort omdat Sonja zich niet 100% voelde.
Een tuin vol met dit soort schitterende orchideeën.
Voor het diner reden we met de scooter naar Sanur. Dit is een toeristisch plaatsje met veel leuke restaurantjes. Onderweg daar naartoe werden we staande gehouden door een politieagent. Wat bleek, buiten de bebouwde kom moet je een helm dragen. Nu had Sonja de gehele week nog geen helm op gehad, omdat we deze verkeersregel niet kende, terwijl we hier al een aantal keren hadden gereden. We hadden de keuze uit voorkomen over drie weken of de boete direct betalen. Hij had een lijst bij zich met de bedragen die je moet betalen bij bepaalde overtredingen.
De avond voor ons vertrek kregen wij dit van de manager van 
het resort waar we verbleven.
Hij schreef iets op een briefje, liet mij mijn naam opschrijven en wij betaalde een paar honderdduizend roepia’s. We weten het niet zeker, maar dit geld komt niet daar waar het thuis hoort. De volgende dag stond in het teken van de terugreis naar Lombok. Om 08:00 uur werden we opgehaald door een taxi die ons naar het strand bracht waarvandaan de ferry vertrok. Onderweg deden we drie eilanden aan waar we mensen afzetten of juist ophaalden. Aan het einde van de dag waren we weer terug op de Ikinoo. ’s-Avonds in het restaurant van de Marina weer heerlijk gegeten en een biertje gedronken. Tijd om plannen te maken voor het volgende deel van onze reis

zaterdag 8 oktober 2022

Sumbawa

De ankerplek bij het plaatsje Jambu, stevige ankergrond en
weinig swell.
De volgende bestemming voor ons wordt het plaatsje Jambu op het eiland Sumbawa. Binnen de groep van zeilers is er enige discussie ontstaan over het feit dat de sail2indonesië organisatie, op het laatste moment, de ankerplek bij Jambu, verruild heeft voor een ankerplek bij het plaatsje Badas, aan de noordkust van Sumbawa. Wij kiezen er echter voor om naar Jambu te zeilen. Dit dorpje staat erom bekend dat de lokale vissers hier een hele speciale band met de walvishaaien hebben. Ze geven je tevens de mogelijkheid de walvishaaien te bezoeken en met ze te zwemmen. Op de avond voor vertrek zijn er een aantal boten die hetzelfde gaan doen als wij. Omdat we er niet in één keer naar toe willen zeilen, maken we onderweg twee tussenstops. Op de motor verlaten we de ankerplek, er staat haast geen wind. Als we eenmaal wind hebben kunnen we heerlijk zeilen.
Dit is een visplatform. In het midden een flinke vissersboot
met aan de zijkanten drijvers. De netten hangen tussen de
romp en een drijver. Aan weerszijde zijn lampen aangebracht.
In de loop van de middag naderen we het eilandje Banta. Als we de ankerbaai aanlopen, zien we dat er nog twee boten voor anker liggen. Helaas hebben wij niet het goede ankerplekje opgezocht, de gehele nacht horen we de ketting over de rotsen en het koraal slepen. We zijn er dus alweer vroeg uit en vetrekken naar onze volgende bestemming, het plaatsje Kilo op Sumbawa. Zodra het anker is opgeborgen kunnen we zeilen. De wind neemt zelfs zo ver toe dat we het 2e rif moeten plaatsen. Ondanks dat blijven met snelheden tussen de 6-8 kn doorgaan naar onze bestemming. Nadat we het vulkaaneiland Sangiang zijn gepasseerd, is het over met de pret, de wind wordt wisselvallig. We modderen een beetje aan, dan weer zeilen dan weer een stukje op de motor, niet echt ideaal. Aan het einde van de middag zijn we bij het plaatsje Kilo, waar we vlak voor het strand ons anker uitgooien.
Onze ankerplek bij het plaatsje Kilo op Sumbawa. Opnieuw
goede ankergrond met een zandbodem. Wij lagen niet al te 
ver van het strand af.

Direct worden we door diverse vissersbootjes bezocht en uiterst vriendelijk welkom geheten. De volgende dag krijgen we, aan het einde van de middag, bezoek van de lokale leraar Engels. Vrienden van ons waren bij hem thuis geweest en hadden gevraagd of dat we wat schriftjes en pennen konden missen. Hiervoor hebben wij een speciale voorraad. We hebben dus een tasje gemaakt met schriftjes, pennen, kleurboekjes en kleurpotloden.  Hij was er zeer blij mee en nodigde ons daarom uit voor een bezoek aan zijn huis en zijn zwangere vrouw. Helaas stonden wij op het punt van vertrek. Aan het einde van de middag haalden we het anker op voor onze nachtelijke tocht naar het plaatsje Jambu. Ook nu is het weer wisselvallig, het ene moment kunnen we zeilen en even later varen we weer op de motor. Ook hebben we op deze route zeer veel visplatforms.
Eenzaam liggen we voor anker. De andere boten zijn toch
uitgeweken naar Badas, een vieze industriehaven.
Deze zijn uitstekend verlicht. In het donker is het echter wel continu opletten zodat je op tijd de koers kunt aanpassen om ze te ontwijken. Honderden komen we er deze nacht tegen. We varen de baai naar Jambu binnen via de Salat Batahai passage. Hier hebben we gelukkig maar 1 kn stroming tegen staan. Niet veel later steekt de wind op, die gelijk tussen de 20-25 kn is, en krijgen we korte steile golven. Omdat zeilen in deze condities niet je van het is, bij het kruisen maak je door de golven nauwelijks enige progressie, zeilen we motor zeilend verder. Nog voor 11:00 uur liggen we voor anker bij Jambu. ’s-Middags ga ik naar de kant, op zoek naar een gids voor een bezoek aan de walvishaaien, de benodigde boodschappen en het feit dat onze beide telefoons geen Internet meer hebben terwijl we wel een werkend abonnement hebben.
De warmste uren van de dag brengen de mensen door in de 
schaduw en slapen, kletsen of spelen een spelletje.
Ik vaar met de dinghy naar de kant, maat vindt nergens een geschikte aanlegsteiger om deze aan vast te leggen. Wel zie ik palen in het water staan waar de lokale bevolking hun bootjes aan vastmaken. Ik vind een vrije paal en maak de dinghy hieraan vast en stap in het water om het laatste stukje door het water naar de wal te waden. Via een houten trapje kom ik op een smal paadje uit, wat is gemaakt van planken, De huisjes staan namelijk op palen in het water. Na 40 meter sta je pas op het vaste land. Ik loop door de smalle steegjes tussen de huizen door richting de straatkant. Omdat het heet is, zie ik veel mensen in de schaduw onder hun huis zitten, sommigen doen zelfs een spelletje. Onderweg kom ik een jongeman tegen die goed Engels spreekt. Hij blijkt de lokale gids te zijn die de tochten naar de walvishaaien organiseert.
Onze natuurgids Roberto, zittend op het motorluik van de boot.
We maken een afspraak voor over twee dagen omdat we denken dat er nog een aantal boten bij zal komen. Hij neemt mij mee op zijn scooter naar een telefoonwinkel. Hier zijn we uren bezig om het Internet op beide telefoons weer operationeel te maken. Helaas lukt dat niet. Omdat er in de winkel een Hotspot is, ontvang ik via het Wifi signaal wel alle berichten die ik niet eerder had gezien. Als ik terug ben op de Ikinoo, lees ik dat alle zeilers met hetzelfde probleem kampen, geen Internet. Het blijkt dat de overheid je apparaat blokkeert omdat je langer dan 60 dagen in Indonesië bent. Alleen een geautoriseerde Telkomsell winkel (het mobiele netwerk van Indonesië) kan dit ongedaan maken en dit eenmalig verlengen met 60 dagen. Dat kunnen we dus in Jambu wel vergeten.
Met een lijn liggen we vast aan het visplatform.
Ook de volgende dag komen er geen zeilboten opdagen, waarop we besluiten dan maar met z’n tweeën op zoek te gaan naar de walvishaaien, niks mis mee met zo’n privé tocht. ’s-Morgens om 04:30 uur worden we vanaf de Ikinoo opgepikt. We varen met een houten vissersbootje, waarop een oude motor is gemonteerd, naar één van de visplatforms. Door het donker varen we naar ons doel, waarbij de motor een verschrikkelijk lawaai maakt, er zit namelijk geen uitlaat aan het systeem. De hele boot trilt onder het geweld van de motor, het valt ons nog mee dat de boot niet uit elkaar valt.
Eén van de vissers bezig met het voeren van de walvishaaien.
Tegen het ochtendschemer naderen we het eerste visplatform, de vissers hierop sturen ons direct door naar het volgende platform. Als we hier aankomen en onze boot met een lijn hebben vastgemaakt, zien we twee walvishaaien rond om ons heen zwemmen. We krijgen enige uitleg over waarom de waalvishaaien hier naartoe komen. De visplatforms vissen met netten en felle lichten waarmee ze de vissen naar de oppervlakte lokken. Omdat de netten aan de onderzijde zeer fijnmazig zijn, hebben ze gril, een soort kleine garnaal, als bijvangst. Deze bijvangst wordt gedurende de nacht opgespaard in emmers. Als men stopt met vissen, aan het einde van de nacht, worden de emmers gril weet terug in zee gegooid.
De bek van de haai is bijna net zo breed als onze boot.
Walvishaaien hebben in de loop van de tijd geleerd wanneer dit plaatsvindt en melden zich bij het platforms voor een maaltijd. Gedurende deze periode kun je dus zwemmen met deze gigantische vissen. Ze zijn heel goedaardig, ondanks hun enorme afmetingen. Na enige tijd gekeken te hebben, gaat de gids als eerste te water en niet veel later liggen ook wij in de zee. Eerst ben ik wat gespannen, maar na een korte periode genieten we met volle teugen, wat een geweldige ervaring om die haaien zo rustig en bedeesd onder en langs je te zien zwemmen. Hier krijg je geen genoeg van.
Sonja maakt zich klaar om het water in te gaan en kijkt nog 
even naar de gigantische afmeting van deze walvishaai.
Even wat wetenswaardigheden, de twee walvishaaien die wij troffen waren rond de 8 meter lang. Een volwassen walvishaai kan wel 12,5 meter worden, waarbij ze elk jaar met ongeveer 1 meter groeien. Het is niet de bedoeling dat je ze aanraakt, maar soms zwemmen ze zo dicht langs je dat zij je aanraken met hun rugvin of staart. Regelmatig zwemmen ze recht op je af terwijl hun bek volledig open staat om zoveel mogelijk gril op te slokken, best heel imponerend. Als de emmers na meer dan een uur leeg zijn, keren wij terug naar de Ikinoo. Bij aankomst in Lombok hoorden we dat men met 24 man vanuit het plaatsje Badas, met de bus naar Jambu was gereden. Vanaf daar was men de walvishaaien per boot gaan bezoeken, met 24 man ging men gelijktijdig in het water. Wat waren wij blij dat we deze privé tocht hadden geboekt. Om negen uur zijn we weer op onze boot en besluiten eerst nog even wat uurtjes te slapen voordat we verder gaan naar Lombok, maar daarover meer in het volgde Blog.

maandag 26 september 2022

Bonerate en Flores

Het uitzicht op Bonerate vanaf de Ikinoo.
De rally verplaatst zich naar het eiland Flores. Maar voordat we daar naartoe zeilen, bezoeken we eerst het eilandje Bonerate. Dit staat niet in de planning van de rally, maar is het bezoeken zeker waard. We zijn vroeg vertrokken zodat we de stroming mee hebben als we Bau Bau verlaten. Al snel staan de zeilen. We proberen nog even de genaker, maar daarvoor staat er te veel wind. We hebben het grootzeil op het eerste rif en de yankee en kotterfok bij, met deze zeilvoering gaan we als een speer. Even later zie ik over bakboord de lucht donker worden. Snel reef ik de yankee en niet veel later dendert de eerste squall over ons heen met heel veel wind en regen, die direct wordt gevolgd door een tweede squall.
De ankerplek bij Bonerate is prima op een zandbodem. Vanaf 
de boot ziet het strand er schitterend uit, er ligt echter helaas
veel vuil en plastic
Voor de zekerheid zet ik het 2e rif erin, zodat we de squalls wat beter op kunnen vangen. Er komen nog twee squalls voorbij, maar die zien we voor en achter ons langs gaan. ’s-Nachts constateer ik dat we te snel gaan zodat we besluiten de yankee deels te reven. 4 nm voor de ankerplek is het ineens gedaan met de wind. Op de motor leggen we het laatste stukje af en even later ligt het anker in de grond. We zijn weer 150 nm verder. Op het eilandje Bonerate bouwen ze nog houten schepen. Dit doen ze zoals ze dat al eeuwen doen, zonder tekening en met een minimum aan gereedschap. Met een kettingzaag worden er planken gezaagd en op maat gemaakt. Daarnaast hebben ze een hele oude elektrische schaafmachine. 
Botenbouw zoals het al eeuwen plaatsvind. Van de balken op
de voorgrond, worden planken gezaagd.
De rest is handgereedschap. We zien zelfs een man bezig met het breeuwen van de romp. Breeuwen is het waterdicht maken van de romp met behulp van hennep en pek of teer. Met een speciale breeuwbeitel en breeuwhamer worden de vezels tussen de planken aangebracht en daarna met teer of pek afgedicht.  Helaas staan veel oude boten ongebruikt op de kant en liggen daar weg te rotten. Ook het strand is niet je van het, overal ligt rommel. 's-Avonds hebben we een happy hour op het strand met een barbecue. Veel zeilboten hebben een vriezer aan boord, waardoor zij nog steeds vlees hebben om te grillen. Door het ontbreken van een vriezer op de Ikinoo, beperken wij ons tot een vegetarische maaltijd, iets wat we de laatste tijd steeds vaker doen.
Gezellig met z'n allen op het strand, biertje erbij en het kan niet
meer stuk.
Na een paar dagen besluiten we verder te gaan naar Lingeh Bay op het eiland Flores. De voorspellingen zijn 8-13 kn wind, helaas niet vandaag. Op de motor varen we de 65 nm naar de volgende bestemming. Onderweg zijn we aan het vissen. We vangen een mooie grote vis. Omdat we er niet zeker van zijn of dat het om een Wahoo of een Baracuda gaat, besluiten we de vis terug te zetten in het water. Als we het later opzoeken, blijkt het inderdaad een Baracuda te zijn geweest. Deze vis is gevaarlijk om te eten vanwege de grote kans op vergiftiging door het ciguatoxine gif die de vergiftigingsziekte Ciguatera veroorzaakt.
Een impressie van Bonerate met de moskee, de hoofdstraat, de eenvoudige huisjes en helaas met
heel, heel veel afval en plastic.
Onderweg vanaf Bonerate komen we dit soort vel gekleurde 
vissersboten tegen.
De ankerplek is goed, echter we voelen ons er niet op ons gemak. De gehele avond worden we lastiggevallen door bootjes met volwassenen en kinderen die letterlijk komen bedelen. Dit hebben we in Indonesië nog niet eerder meegemaakt. Er wordt om van alles gevraagd, geld, Coca-Cola, schriftjes, pennen, hoedjes, snoep, constant hoor je sir, sir, sir. Ze hangen aan de Ikinoo en staan rechtop in hun bootjes om in de kuip te kunnen kijken of dat we er zijn. We geven ze zo veel mogelijk, snoep voor de kinderen, een stapel schriftjes met pennen en zelfs een hoedje wat we al 6 jaar meezeulen.
Onderweg naar Gilibodo komen we op zee een visser tegen.
Na een rustige nacht gaan we de volgende dag dan ook anker op en gaan door naar de volgende ankerplek bij het eilandje Gilibodo, een ankerplekje waarbij je op zicht tussen twee riffen moet ankeren. Omdat we de plek niet vertrouwen, duik ik het water in met mijn snorkeluitrusting om het anker te controleren. De ketting blijkt over een koraalkop te liggen en het anker zit niet in de grond maar zit vast in het koraal. Dit vinden we niks, we halen het anker op en verplaatsen de Ikinoo naar een beter plekje. Gedurende de nacht horen we echter constant de ketting over de rotsen en het koraal slepen, iets wat ons aan het hart gaat. Dit bevalt ons niet, zodat we besluiten om de volgende dag direct verder te varen naar de ankerplek bij Lubuan Bajo. Dit is maar een paar uurtjes varen en dus liggen we nog voor de middag op een prachtige ankerplek nabij het strand een aantal luxe resorts.
Onderweg naar Lubuan Bajo komen we diverse resorts tegen.
Nog dezelfde middag bezoeken we een van de meest luxe resorts en drinken en eten daar lux. Het eten is westers en van uitstekende kwaliteit. Alleen de fles witte wijn die we bestellen is niet je van het. Aan het einde van de avond betalen we onze rekening die helaas ook gewoon westers is. We ontmoeten hier een echtpaar met hun zoontje JJ, die hier een duikschool runnen. Julian komt uit Roemenië en zijn vrouw Joe uit China. Op Bali hebben ze een hele grote duikschool. Nu zijn ze echter bezig twee duikscholen op Flores op te zetten. Joe en JJ zijn erg benieuw naar onze Ikinoo dus nodigen wij hun uit om ons te bezoeken.
Joe en JJ in onze dinghy onderweg naar de Ikinoo.
De volgende dag pik ik ze met de dinghy op het strand op. Vooral hun zoontje JJ vindt de Ikinoo geweldig en wil dan ook niet mee terug als zijn moeder besluit weer naar de kant te gaan. Joe nodigt ons uit om aan het einde van de dag naar haar toe te komen voor een Chinese theeceremonie en om gebruik te maken van haar douche. Daar zeggen wij geen nee tegen. De thee wordt vers gezet van theebladeren en is echt heerlijk. Ze wonen gratis op het resort en stellen ons hun kamer met douch ter beschikking. We douche heerlijk onder zo’n hele grote douchkop, wat een luxe. De laatste keer echt douchen was in Australië. Er moet echter ook gewerkt worden. Vanaf de ankerplek vaar ik met de dinghy naar een steiger, nabij een tankstation, om diesel te halen. Een tochtje van een paar mijl dwars door de ankerplek van vele lokale boten die gebruikt worden om de nabijgelegen Komodo eilanden te bezoeken.
Pizza en bier, wat wil een mens nog meer?
De steiger ligt midden in het stadje. Met vier volle jerrycans vaar ik terug naar de Ikinoo. De volgende dag gaan we gezamenlijke naar het stadje om boodschappen te doen. Omdat het lunchtijd is, zoeken we als eerste naar een restaurantje. Na wat omzwervingen via omhooggaande wegen, vinden we een echt Italiaans restaurant met uitstekende pizza’s en een lekker biertje, dit hebben we in maanden niet meer gegeten, heerlijk. Tegenover het restaurantje zit een supermarkt waar we onze boodschappen kunnen doen. Bepakt en bezakt dalen we even later via een trap naast het Italiaanse restaurantje af en zijn we direct bij de pier waaraan onze dinghy ligt afgemeerd. Doordat het afgaand water is, kan Sonja echter niet meer op de dinghy komen. Ik klim, vanaf de loopplank van de dinghysteiger, naar beneden en vaar met de dinghy naar een vissersbootje toe.
Sonja geniet van de snelheid van de speedboot en de wind.
Ik vraag of dat Sonja via hun boot naar mij toe kan komen. Ze trekken hun bootje naar de kant zodat Sonja kan opstappen en niet veel later zit ze in onze dinghy. Op naar de Ikinoo. Omdat we hier met meerdere boten liggen, heeft één van de zeilers zich opgeworpen om voor de groep een boottrip te boeken naar de Komodo eilanden. Hij maakt afspraken met een bedrijf dat snelle speedboten heeft en die een prachtige toer kan organiseren. Twee dagen later worden we ’s-morgens om 05:00 uur opgehaald met een busje. Een uurtje later vertrekt onze speedboot met 24 passagiers voor een dag om nooit meer te vergeten.
Uitzicht vanaf de top van Padar Island.
Met 30 kn per uur razen we over het water naar onze eerste bestemming, Padar Island. Dit eiland heeft een speciale vorm en is omringt door stranden met turquoise gekleurd water. Er is een wandelpad naar het hoogste punt van het eiland aangelegd. Eenmaal aan land, ga ik direct op pad nu het nog enigszins koel is en een deel van het pad nog in de schaduw ligt. Het eerste gedeelte bestaat uit een aangelegde trap die overgaat in een rotsachtig pad. Boven aangekomen, moet ik samen met andere wandelaars even wachten omdat men bezig is met film opnames. Het uitzicht vanaf de top is adembenemend. Ik maak een serie foto’s zodat ook Sonja kan zien hoe het eruit ziet. Nadat iedereen weer beneden is, stappen we terug aan boord en varen naar de volgende bestemming, Komodo Island. De boot wordt aangelegd aan een lange steiger, waardoor het voor Sonja niet mogelijk is om aan land te komen.
Een impressie van de Komodo Dragons in het natuurreservaat op Komodo Island.
We worden opgevangen door twee gidsen die ons rondleiden. Als eerste bezoeken we een drinkwater plek waar ook levend aas wordt uitgezet. Door deze drinkwaterplek blijven een aantal Komodo Dragons hier hangen.
Uitzicht vanaf de boot naar het snorkel paradijs.
Terug bij het strand zien we onze eerste Komodo Dragon, eentje die wel heel erg lui en rustig is. De gidsen maken met ieders toestel foto’s zodat je een mooi aandenken hebt. Even later zien we er meer, die iets levendiger zijn en die op zoek zijn naar schaduw. Prachtig om te zien hoe deze beesten langzaam bewegen, maar schijn bedriegt, ze kunnen een snelheid halen van 20 km per uur als ze op een prooi jagen. Dit was een prachtige ervaring, alleen jammer dat er zo ontzettend veel mensen per dag dit eiland bezoeken. Om wat af te koelen, varen we naar Pink Beach, een strand dat roze kleurt door bepaalde mineralen en ook een prachtige snorkel plek.
De kok bezig met het bereiden van ons eten.
We snorkelen een hele tijd. Eenmaal terug aan boord en onderweg naar de volgende bestemming het eilandje Taka Makassar, krijgen we een lunch aangeboden van goede kwaliteit.
Aan boord kun je net zo veel flesjes koud water pakken als dat je nodig hebt, de koelbakken worden continu aangevuld. Bij Taka Makassar gaan we opnieuw het water in om te zwemmen en te snorkelen. Er staat hier wel wat stroming zodat je moet oppassen dat je niet te ver van de boot afdrijft. Ook nu zien we weer volop vis en mooi koraal. Voor de volgende stop staat een van de jongens aan boord, voorop de speedboot.
Mick, de jarige Job met zijn verjaardagstaart.
We zijn op zoek naar reuze Mantra’s. Eenmaal aangekomen op de locatie, duurt het niet lang voordat er één gepot wordt, Direct duikt iedereen in het water. Sonja ziet er twee zwemmen, ik ben helaas te laat en zie er niet één, jammer. Als laatste gaan we nog naar Kanawa Island om te snorkelen. Hier zwemen heel veel kleine visjes, het krioel er werkelijk van, helemaal als iemand verkruimelde koekjes in het water gooit. Wat rest is de terugtocht naar de haven van Lubuan Bajo. Voor de avond is er een barbecue georganiseerd. Mick, een van de deelnemers is jarig en zijn zeilmaatje heeft het weten te organiseren dat het resort een barbecue voor ons organiseert met all you can eat en life muziek.
Deze musicus maakte  meest prachtige muziek op een voor
ons onbekend instrument.
We zitten met z’n allen aan tafels op het strand terwijl het personeel ons voorziet van drank en het eten bereid. We starten met een heerlijk soepje, gevolgd door heerlijk gegrild vlees met prachtige bijgerechten. Als laatste is er een toetje bestaande uit een deel van de verjaardagstaart van Mick. Op de achtergrond speelt iemand muziek op een wel heel bijzonder instrument, waarvan de klank echt prachtig is. Opnieuw een avond om nooit te vergeten. Het wordt weer tijd om door te gaan naar onze volgende bestemming, een bestemming om nooit te vergeten, maar daarover meer in het volgende verhaal.

zondag 4 september 2022

Zuidoost-Celebes

De ankerplek bij Pasarwajo, met goede ankergrond en volop 
zeeschildpadden en vis.
We zijn weer onderweg, nu naar het plaatsje Pasarwajo in Zuidoost-Celebes. Omdat we de lagoon met hoog water moeten verlaten, zijn we alweer vroeg uit de veren. Bij het ochtendgloren gooien we de lijnen los van de steiger en varen door de smalle pas de lagoon uit. Zo vroeg in de ochtend staat er nog geen wind en varen we dus op de motor richting open zee. Zodra we op de open zee komen staat er een mooie wind. Niet veel later staan de zeilen en kan de motor uit. Sinds ik ben opgestaan voel ik me niet 100%. Gedurende de zeiltocht van die dag, 43 nm tot aan de volgende stop, wordt het er niet beter op. Bij aankomst in Pasarwajo zien we al twee boten liggen. Niet veel later hebben ook wij het anker uitgegooid. Je ligt hier op zandgrond met zeegras, iets wat heel duidelijk wordt door het grote aantal zeeschildpadden dat hier rondzwemt.
We delen de ankerplek met lokale vissers constructies.
Met constructies zoals deze varen ze naar open zee.
Wel hebben we een dag later opnieuw moeten ankeren omdat het anker niet goed vastzat, een probleem dat bij zeegras wel vaker voorkomt. Ondertussen voelt ook Sonja zich niet meer 100%. Ik heb haar aangestoken en we besluiten daarom beide een Coronatest te doen, we zijn tenslotte de laatste tijd met vele mensen in contact geweest die met ons op de foto wilden. Beide tests geven een negatief resultaat, zodat we vaststellen dat we gewoon een griepje hebben. Omdat we echter geen andere mensen willen aansteken, besluiten we te kiezen voor een zelf isolement. Wel moet ik twee keer naar de kant, eenmaal om de paspoorten af te geven voor de verlenging van ons visum en eenmaal voor het ophalen van de bestelde benzine en het drinkwater, maar beide keren draag ik een mondkapje en houdt afstand tot de mensen. Om hier met je dinghy aan te kunnen leggen, moet je halsbrekende manoeuvres uithalen. Je hebt keuze uit het aanleggen langs een houten vlot, dat op de golven ligt te dansen of door te varen naar een betonnen helling waar je door de hoge golven op het land wordt gespoeld. Beide zijn behoorlijk gevaarlijk. De meeste zeilers zijn hier dan ook niet echt tevreden over. Voor de rest laten we alle festiviteiten aan ons voorbij gaan.
Onze ankerplek bij Bau-Bau, goede zandgrond.
Met enige regelmaat komen er mensen langs die vragen of dat we iets nodig hebben. Rik en Sanne nemen wat boodschappen, bestaande uit fruit en groenten voor ons mee, maar ook twee zakjes pure hagelslag, een cadeautje voor de twee zieke zeilers. Als we ons, na een paar dagen, weer wat beter voelen, besluiten we direct door te zeilen naar het plaatsje Bau-Bau, daar liggen al een aantal boten die Pasarwajo hebben overgeslagen. Het is een tochtje van bijna 50 nm. Bau-Bau is één van de grotere plaatsen in Zuidoost-Selebes. Ook nu weer zijn we vroeg op pad. Scherp aan de wind zeilen we de baai van Pasarwajo uit. We varen zover door dat, nadat we overstag zijn gegaan, we de baai in één keer uit kunnen zeilen. Hierna verandert onze koers langzaam, waardoor we steeds ruimer aan de wind kunnen gaan zeilen.
De rijstvelden vlak bij het Balinese dorpje.
Met 12-17 kn wind gaat het in ieder geval lekker snel vooruit. Vandaag zeil ik alles op de hand, zodat het gevoel bij het zeilen een beetje in stand blijft. Zodra de wind verder afneemt en we geen voortgang meer maken, starten we de motor en varen de laatste drie mijltjes op de motor naar de ankerplek. Al snel hebben we een goed plekje gevonden en liggen we weer vast als een huis achter ons Rocna anker. Hier hebben ze voor de zeilers een drijvende steiger gemaakt, waar je met je dinghy kunt afmeren en via een loopbruggetje aan land kunt gaan. Heel netjes en veilig. De kinderen vinden het allemaal prachtig als je aankomt met je dinghy, ze steken allemaal een helpende hand toe om een lijntje aan te pakken. Ook nu weer worden we met enige regelmaat door trotse ouders aangesproken of dat we met hun kinderen op de foto willen.
De man die de processie leidt en alle gebeden uitspreekt.
Rond om hem heen een deel van de giften, die hij zegent.
Als we aan land gaan, komen we er al snel achter dat hotel Mira het verzamelpunt is voor de zeilers. Je kunt er niet eten, maar ze hebben wel koude Bintang biertjes in glazen flessen van 0,75 liter per stuk voor ongeveer € 3,00 per fles. Wat wil een zeiler nog meer. We zijn er trouwens ook achter gekomen, dat Bintangbier hier in Indonesië door Heineken wordt gebrouwen. ’s-Avonds gaan we naar restaurant Carol, een winkel met brood en gebak, waarboven op de 1e verdieping een restaurant is gevestigd. Omdat het voor Sonja wat ver lopen is, krijgen we beide een lift achter op een scooter, wel zo makkelijk. De maaltijden zijn hier helemaal top en ruim voldoende qua hoeveelheden. We bestellen beide een sapje en voor de maaltijd voor mij vlees in zwarte bonensaus met nasi goreng en Sonja mie goreng met gebakken garnalen.
De processie is bijna klaar voor vertrek naar de crematie plaats.
De kist met de overledene is onder de gekleurde os geplaatst.
Voordat we vertrekken kopen we nog een half bruinbrood en keren dan, voldaan van al het goede eten en de biertjes, terug naar de Ikinoo. De volgende dag blijft Sonja op de boot en ga ik mee met een busreisje naar een dorpje met Balinezen. Dit is een klein dorpje waarin hoofdzakelijk mensen uit Bali wonen die ook hun Hindoestaans geloof hebben meegenomen. Ze zijn hier naartoe gekomen om de rijstteelt een boost te geven. Rond om het dorpje vind je dan ook volop rijstvelden. We zijn uitgenodigd om een crematie bij te wonen van een zeer belangrijke man binnen deze gemeenschap. Uit de verhalen, die ons worden verteld, maken we op dat deze man zeer veel voor deze gemeenschap heeft betekend en dat hij nu op hoge leeftijd is overleden. Het is een hele speciale aangelegenheid, waarbij het hele dorp aanwezig is. Niemand is echter verdrietig, er wordt zelfs af en toe gelachen en gegiecheld door de jonge meisjes.
Een impressie van de crematie ceremonie. De familieleden hebben een lijn in de hand die is 
verbonden  met de kist van de overledene. Zo brengen ze deze naar de crematieplaats.
De groep zeilers wordt door de dorpsbewoners opgenomen en doen vanaf dat moment mee met de ceremonie. Er worden vele giften aangedragen en alle familieleden worden gezegend door de man die de processie leidt. Na drie uur met allemaal gebeden, speeches, muziek en gezang, zet de processie zich in beweging naar de plaats waar de overledene in de openlucht wordt gecremeerd. Deze dag heeft zeer veel indruk op mij gemaakt.
Het oogsten van het zeewier, die in zee wordt gekweekt.
De natuurlijke gastvrijheid van deze mensen kent geen grenzen. Na afloop bezoeken we een vissersdorpje waar men leeft van zeewier, dat hier wordt gekweekt en geoogst. We kregen hier een prima lunch aangeboden. Na afloop was er nog een roeiwedstrijdje voor de lokale jeugd, die door het enige team bestaande uit twee meisjes werd gewonnen. De jongens hadden dus het nakijken. Na afloop werden er prijzen uitgereikt aan alle deelnemers. Na terugkomst ga ik nog even op zoek naar een grote supermarkt, die ik niet ver van onze ankerplek vind. Ook nu weer eindigen we de dag bij hotel Mira voor een sundowner met biertjes.
De meisjes onderweg naar hun overwinning in de roeiwedstrijd.
De volgende dag ga ik samen met Sonja boodschappen doen, het is al wat later als we vertrekken, waardoor het voor Sonja een hele opgave wordt om alles te lopen. Na de boodschappen eindigen we weer bij restaurant Carol voor een late lunch, met nog een afzakkertje met een biertje bij ons hotel. Daar is het ondertussen wel heel gezellig omdat alle boten nu hier voor anker liggen. Vanaf hier worden we door 2 busjes opgehaald voor een barbecue aan het strand. Met de busjes rijden we langs de kust om uiteindelijk bij een vissersdorpje aan te komen, waar we hartelijk door de bewoners worden ontvangen. Alle huisjes staan hier op het strand en zijn of op palen of boven op een rots gebouwd. De bewoners leven hier van de visserij.
Een van de huisjes, in dit geval bovenop een rots gebouwd.
Daarbij maken ze gebruik van kleine bootjes en vissen ze met een losse vislijn met haak die ze in hun hand houden. Van overbevissing is hier absoluut geen sprake. Ze maken voor ons een diner klaar van gegrilde vis van de barbecue, met daarbij diverse soorten gegrilde groenten en rijst. Dit was werkelijk een van de beste maaltijden die we voorgeschoteld hebben gekregen. Men heeft zelfs Bintang biertjes ingekocht voor ons. Na het eten start de muziek en wordt er gedanst en gezongen. Moe maar voldaan keren we terug naar de Ikinoo.
Een impressie van de avond in het vissersdorpje.
We besluiten de volgende dag een scooter te huren om wat van de omgeving te kunnen zien. Om 10:00 uur staat er vlak bij de dinghy aanlegsteiger een man klaar met een scooter. Na hem te hebben betaald, € 6,50 voor de gehele dag en alles zonder papierwerk en of verzekering, gaan we op pad.
Bij de waterval, ook hier zijn de mensen super vriendelijk.
We tanken nog even snel 1,5 liter benzine langs de kant van de weg. Hier in Indonesië zie je overal langs de kant van de weg stalletjes staan met plastic flessen met benzine. Je koopt 1 liter of 1,5 liter. Voor deze laatste betaal je € 1,00. Niemand gaat dus naar een tankstation, maar iedereen koopt zijn benzine langs de kant van de straat bij één van deze stalletjes. Op de scooter rijden we eerst naar een waterval, het laatste stukje gaat daarbij over een onverharde weg. Ter plaatse is een man zich aan het badderen en staan 3 meisjes foto’s te nemen van elkaar, Het is een prachtige serene plek, waarbij als je wilt je een douch kunt nemen onder een van de stroompjes. Aansluitend rijden we naar het grootste fort van Indonesië, het Buton Sultanate Palace Fortress. Als we er aankomen, kunnen we het fort in eerste instantie niet vinden. 

Een van de doorgangen door de muur. Deze konden indien 
noodzakelijk stevig afgesloten worden zodat de vijand er niet
door kon komen.
Navraag bij een lokale bewoner levert op dat we al in het midden van het fort staan. Hij brengt ons naar één van de poorten in de muur van het fort. Hij legt ons uit dat je met de scooter de gehele muur aan de binnenzijde van het fort kunt volgen zodat je een rondje maakt van 360°. Heel indrukwekkend. Binnen de muren zijn dus gewoon allemaal huizen gebouwd, waardoor het fort gevoel een beetje wegzakt. De muren, de poorten en de verdedigingswerken met kanonnen zijn echter schitterend en goed onderhouden. Na afloop van deze bezichtiging, rijden we met de scooter naar een slijterij. De collectie is niet uitgebreid, maar men heeft hier goedkoop bier, Whisky, Wodka en likeurtjes. Na inkopen te hebben gedaan, keren we met de scooter terug naar de steiger. Ik breng alle inkopen aan boord, waarna we nog even terugrijden naar de Pizza Hut, die we onderweg tegenkwamen, om daar lekker te lunchen met een American Pizza met een schaal vers fruit en een sapje.
De tafels waren geheel aangekleed.
Voor Indonesische begrippen is dit eten niet echt goedkoop, maar wel heel erg lekker. Afsluitend rijden we naar de supermarkt om nog wat extra inkopen te doen. ’s-Avonds zijn we uitgenodigd bij de burgemeester van Bau-Bau voor een afscheidsdiner. Sonja voelde zich niet helemaal fit zodat zij achterbleef op de Ikinoo. We hadden met z’n allen afgesproken bij hotel Mira, zodat we in ieder geval alvast een biertje achter de kiezen hadden voordat we bij de burgemeester gingen eten. We hebben ondertussen geleerd dat er geen alcohol wordt geschonken bij officiële aangelegenheden. Dit bleek een goede zet, we hadden alle tijd voor meerdere biertjes omdat de burgemeester te laat was.
De zeilers met z'n allen aan de tafels voor het Gala diner.
Pas toen het sein werd gegeven dat de burgemeester onderweg was, zijn ook wij in de busjes gestapt en naar zijn huis gereden. Hier werden we hartelijk ontvangen en konden we plaatsnemen aan feestelijk gedekte tafels. Toen ook de burgemeester na een kwartiertje arriveerde, konden we aan het buffet beginnen. Het buffet was goed, maar van sommige gerechten was er te weinig zodat ik niet alle gerechten heb kunnen proeven. Na afloop van het diner werd er door de burgemeester en door één van de zeilers een speech gegeven. We kregen allemaal een aandenken uitgereikt en als afscheid zongen we als koor het nummer “I am sailing” van Rod Stewart. Het wordt weer tijd om door te gaan naar de volgende bestemming. De route voert ons naar een klein plaatsje op West Muna. We besluiten deze plek over te slaan en door te zeilen naar het plaatsje Bonerate op het eilandje Bonerate. Een plek met kristalhelder water, een mooi strand en vriendelijke mensen. Maar daarover meer in het volgende blog.