dinsdag 2 augustus 2022

Banda Neira

De ankerplaats bij Ngurbloat Beach, volledig omringd door
riffen en koraalkoppen, maar wel erg mooi.
Vanaf Ngurbloat Beach op de Kei Islands, zeilen we naar Banda Neira met mogelijk nog een tussenstop voor een overnachting op Kur Island. We zijn op tijd opgestaan omdat we bij hoogwater weg moeten. De huidige ankerplek ligt namelijk binnen een rif, zodat bij hoogwater de kans het kleinst is dat we het koraal raken. Om 08:30 uur is het anker opgeborgen en varen we heel voorzichtig en rustig het rif uit. Eenmaal buiten het rif zetten we het grootzeil en de yankee en zeilen in de richting van Kur Island. Er staat een mooie 14-17 kn wind, schuin van achteren inkomend en de zon schijnt volop, heerlijk zeilweer dus. Omdat het zulk schitterend zeilweer is, besluiten we na korte tijd al dat we Kur Island aan stuurboord laten liggen en in één keer doorzeilen naar Banda. Voordat we bij Kur Island zijn, komen we diverse boeien en vissersbootjes tegen.

Een mooie Mahi Mahi, 2 uur later aten we gebakken vis.
De boeien liggen aan de loefzijde van het vissersbootje. Het is dus zaak goed op te letten waar de boei ligt en waar het vissersbootje, want daartussen hangt een vislijn. Zo ontwijken we zeker 8 van deze combinaties. Als we Kur Island eenmaal voorbij zijn en de diepte oploopt naar ruim 7.000 meter, zijn er geen vissers meer en starten wij met vissen. Als aas gebruik ik dit keer een roze kunststof inktvis. Na niet al te lange tijd zien we dat de hengel sterk doorbuigt. Als ik de lijn binnenhaal blijken we een mooie Mahi Mahi aan de haak te hebben geslagen. Een mooie vis van zo’n 65 cm, zonder staart gemeten. Niet veel later ligt deze gefileerd in de koelkast. Aan het einde van de dag neemt de wind wat af naar 10-14 kn. Zo zeilen we rustig de nacht door. De volgende dag zijn we druk aan het calculeren of dat we bij daglicht kunnen aankomen. Het ziet er goed uit.
Aankomst bij Banda Islands met duidelijk de vulkaan op
de achtergrond.
Zeker nadat de wind wat aantrekt en de Ikinoo weer 5-6 kn snelheid maakt. Om 16:00 uur draaien we de baai van Banda Neira binnen. Banda Neira is een van de eilanden behorende bij de Banda eilanden in de provincie Molukken. Er wonen ongeveer 7.000 mensen op dit eiland, die hoofdzakelijk in hun onderhoud voorzien door de visserij, het kweken van kruiden en een klein beetje toerisme. Tegenover het eiland ligt een vulkaan, die voor het laatst in 1989 is uitgebarsten, de sporen van die uitbarsting zijn nog steeds goed zichtbaar. Er is ook een klein vliegveldje, maar zo lang wij daar waren hebben geen vliegtuig zien komen of gaan, pas bij vertrek zagen we een klein vliegtuigje landen. De meeste mensen bezoeken deze eilanden dan ook met de boot vanaf Ambon.
De vulkaan, gezien vanaf de plantage boven Walang.
Vanaf daar gaat een regelmatige veerdienst. Toen wij hier waren, kwam deze boot aan en meerde direct naast onze boot af. Veel mensen stapten af en ook ging er weer een grote groep aan boord. Daarnaast vervoert het schip ook containers. Containers vol met noodmuskaat noten en amandel noten worden ingeladen en lege containers worden weer op de kade gezet. Omdat de baai te diep is om gewoon te ankeren, wordt hier geankerd in de laag. Hierbij gooi je je anker een stuk van de kant uit met zo veel mogelijk ketting. Daarna vaar je met de kont van de boot naar de kant toe en leg je de achterkant vast met een lange lijn aan, bijvoorbeeld, een boom.
De ankerplaats bij Banda Neira, wij zijn de laatste boot.

Daarna haal je je ketting weer binnen totdat je strak tussen je anker en de lijn naar de wal ligt. Het anker ligt hierbij op de steile helling die niet ver van de kant naar beneden loopt. Na wat gespeelt te hebben met de  ankerketting en de lijn, ligt de Ikinoo naar tevredenheid, tijd voor een ankerbiertje. De mensen op Banda Neira zijn veel commerciëler ingesteld dan die op de Kei Islands. Er worden hier, gedurende de dag en avond, meerder activiteiten georganiseerd, waarvoor je natuurlijk wel wat moet betalen. Zo is er een Spice tour, een City tour en een snorkel en duik uitstapje.
Onze ankerplek bij Banda Neira.
Nog dezelfde middag zitten we op het terras aan een biertje en lopen we met de andere zeilers naar een hotel waar ze voor ons het diner in buffet vorm hebben klaarstaan. Drie gangen, bestaande uit soep, het hoofdgerecht en een toetje. Dat alles spoelen we weg met heerlijke koude biertjes. Voor het diner betaal je ongeveer € 10,00 per persoon, daarvoor kun je zelf haast niet meer koken. Voor het diner geeft de eigenaar van het hotel ons eerst een rondleiding door de diverse ruimtes op de begane grond. In het hotel heeft men namelijk diverse interessante zaken in vitrinekasten en op tafels liggen, het is dus ook een soort van museumpje.
Het buffet op de eerste avond van onze aankomst.
De volgende dag ga ik mee met de “Spice tour”. Met een lokaal taxibootje worden we naar het naastgelegen eiland gevaren. Vanaf de aanlegsteiger maken we een wandeling door de omgeving van het dorpje Walang. Hier liggen diverse plantages waar men noodmuskaat en amandel kweekt. Veel huishoudens zijn bezig met het onderhouden van de plantages, het verzamelen van de noten en het drogen en conserveren van de noten. Dit is een arbeidsintensieve klus. Tijdens de tour wordt ook het nodige verteld over de historie van de eilandengroep met de Portugezen, de Engelsen en de Nederlanders.  Ik heb me vergeten in te smeren met antimuggenolie, waardoor ik al lopende over de plantage helemaal lek gestoken wordt.
Van linksboven naar rechts onder: met de boot komen we aan bij Walang. Onderweg zien we een Islamitische begraafplaats, de eenvoudige graven op de voorgrond zijn die van de vrouwen. Een verse geopende nootmuskaatvrucht. Langs de weg zie je overal noodmuskaatnoten liggen om te drogen. Een grote berg met amandelnoten. Een stagiaire verteld in het Engels alles over de nootmuskaat vrucht. Het vruchtvlees wordt gebruikt voor het maken van jam.

Gelukkig heeft iemand een flesje bij zich met antimuggenolie. Hij spuit wat op mijn beide benen en dat helpt gelukkig snel. Op de terugweg doen we nog een klein restaurantje aan, waar we worden getrakteerd op heerlijke warme kaneelthee met lekkere zoete kleine hapjes, een verwennerij dus.
Het eiland herbergt schitterende vogels, helaas zit deze vast.
Ook deze avond eindigen we weer op het terras met een biertje en een maaltijd die ons wordt voorgeschoteld door de eigenaresse van het hotel waar wij voor anker liggen. Helaas kwamen er meer mensen opdagen dan waarop zij had gerekend, zodat de maaltijd wat karig was. De gezelligheid maakt echter een hoop goed. De volgende dag doen we rustig aan en klussen wat aan de Ikinoo. Voor wat meer informatie over de plaats zelf loop ik mee met de “City tour”. Deze stadstour neemt ons mee langs verschillende gebouwen die van historisch belang zijn. Nederland speelt hierin de hoofdrol. Zo lopen we langs het huis van de regent, die namens Nederland hier de scepter zwaaide, de opslagplaatsen van de VOC, Fort Nassau, Fort Belgica en een Christelijk kerkje waarvan de vloer bestaat uit grafstenen waaronder belangrijke Nederlanders zijn begraven. Vooral Fort Belgica is zeer interessant. 
Linksboven, een gevangeniscel, de vleermuizen hangen aan het plafond, Linksonder is fort Belgica.
De man in het midden is gelukkig vrijgesproken. Rechtsboven, een van de Nederlandse graven. Rechtsonder, de resten uit een roemrijk verleden.

Dit fort is eind 20e eeuw nog deels gerenoveerd, waardoor het fort zeer goed bewaard is gebleven. Zo zien we de rechtszaal, waar in het verleden mensen op een stenen opstapje werden gezet en er ter plaatse door de rechter werd bepaald of dat je de gevangenis in ging of dat je weer vrijgelaten werd.
Een deel van de danseressen in authentieke kledij.
Ook kregen we nog een inkijkje in een gevangen cel. Heel spartaans allemaal. Helaas is het Engels van deze gids wat gebrekkig, waardoor grote delen van zijn verhaal verloren gaat. Bij terugkomst wacht er een groepje danseressen op ons, die een mooie dansvoorstelling geven. Dit doen ze in aanwezigheid van de officials die op stoelen zitten op een soort van podium. Aansluitend worden er diverse speeches gegeven, waaronder ook één door Hans van de Zwerver. Als afsluiting wordt de bemanning van elk schip afzonderlijk naar voren gehaald voor een klein cadeautje en een fotomoment. Hiermee is het officiële deel afgelopen. Wat rest is een afscheidsdiner in het hotel waar wij ook de eerste avond hebben gegeten.
We krijgen een klein aandenken aan Banda met op de
achtergrond de officials.
Dit keer heeft de kokkin zich werkelijk uitgesloofd. Ook nu weer bestaat het menu uit 3 gangen. Soep, een buffet en een toetje. Vooral de gerechten van het buffet zijn overheerlijk. Ik eet dan ook weer eens veel te veel. De Indonesische keuken bevalt mij prima. Aangezien ik de laatste tijd wat ben afgevallen, kan ik die extra kilootjes best wel weer gebruiken. Het wordt tijd om Banda weer te verlaten en door te zeilen naar onze volgende bestemming het eiland Ambon, maar daarover meer in het volgende blog.